Preek zondag 11 maart 2018


want wij hebben geen hogepriester 
die niet kan meelijden met onze zwakheden,

 

In de bijbel komen heel wat emoties aan de orde. Er wordt gekust en gelachen, men is boos, blij en verdrietig of juist uitgelaten. En er wordt – bij heel wat van die emoties – gehuild. Twee bekende voorbeelden daarvan:

 

Jozef huilt

Het is opvallend hoe vaak Jozef huilt. Eerst stiekem (Gen. 42: 24 en 43: 30), wanneer hij niet wil dat zijn broers hem herkennen. Bij de tweede ontmoeting met hen is ook zijn volle broer benjamin erbij. Jozef gaat dan zelfs zijn gezicht wassen, bang dat de sporen van zijn tranen te zien zijn. Nadat Jozef onthult wie hij is, laat hij zich helemaal gaan (Gen. 45: 1, 2, 3). Hij huilt tranen met tuiten en giert het uit. Het klinkt zo hard dat het zelfs in het paleis van de Farao te horen is.

Echte mannen huilen, dus wél!

Nadat hij onder tranen bekend heeft gemaakt wie hij is, valt hij huilend zijn broer Benjamin om de hals (Gen. 45: 14). Dan huilt ook Benjamin. Hij is de enige bij wie de tranen worden losgemaakt in deze familie. Natuurlijk huilt Jozef ook als hij voor het eerst zijn vader weer ontmoet (Gen. 46: 29) en als zijn vader is gestorven, is het Jozef die het gezicht van zijn vader kust en huilt (Gen. 49: 33 – 50: 1).

Nadat hij onder tranen bekend heeft gemaakt wie hij is, valt hij huilend zijn broer Benjamin om de hals (Gen. 45: 14). Dan huilt ook Benjamin. Hij is de enige bij wie de tranen worden losgemaakt in deze familie. Natuurlijk huilt Jozef ook als hij voor het eerst zijn vader weer ontmoet (Gen. 46: 29) en als zijn vader is gestorven, is het Jozef die het gezicht van zijn vader kust en huilt (Gen. 49: 33 – 50: 1).

Bijzonder is dat Jozef niet huilt als hij in de put zit; niet huilt als hij ten onrechte in de gevangenis zit. Hij huilt niet op de momenten dat hij slachtoffer is. Zijn tranen komen pas los vanaf het moment, dat de weg naar verzoening met zijn verleden geopend wordt, tot het laatste moment, waarin deze verzoening wordt voltooid. Hij huilt als hij afstand heeft tot het verleden en, zo lijkt het wel, met nieuwe ogen naar zijn broers kan kijken.

 

Jezus huilt

Twee keer vermeldt de bijbel dat Jezus huilde.

In Lukas 19: 41 huilt hij om Jeruzalem. In dat huilen blijkt zijn grote zorg om de stad. De stad die het middelpunt was van Gods handelen met Israel. Het offer van Isaäk op de berg Moria werd er gebracht. David bracht de ark terug naar Jeruzalem. En salomo bouwde er de tempel voor God. En als God de Zoon naar de stad kijkt ziet hij een plaats waar de nakomelingen van Abraham en David hem niet herkennen. De bewoners vervullen er hun godsdienstige rituelen, maar God zelf herkennen ze niet. En een echte relatie met Hem streven ze ook niet na.

En in Johannes 11: 35, bij het graf van Lazarus, staat simpelweg dat Jezus huilde. Vreemd toch, waar Jezus tevoren uitvoerig heeft betoogd dat het hem helemaal niet uit de hand loopt. En hij wist toch al dat hij lazarus zou opwekken? Waarom dan toch die plotselinge tranen?

In de commentaren op deze geschiedenis kom je twee verklaringen tegen.

De eerste verklaring is theologisch van aard. Jezus huilt om de gruwelijkheid van de dood. Want de dood is voor God een tragedie (Ez. 22: 11). De eerste waarschuwing lees je al in Genesis 2: 17 bij de boom van kennis van goed en kwaad; ten dage dat je van hem eet zul je de dood sterven! De dood is een gevolg van de vernietigende kracht van de zonde.. En het is de zonde in de wereld die maakt dat Christus naar de aarde kwam. Hij kwam om de dood en het graf e overwinnen. Om de gevangenschap (= de dood) gevangen te nemen. Om de angel van de dood weg te nemen (1 Kor. 15: 55).

De tweede verklaring is veel meer persoonlijk. Heeft te maken met het mededogen van Jezus met ons. Jezus huilt niet omdat de situatie uitzichtloos is. Of omdat Hij ten einde raad is.

Jezus deelt in ons verdriet. Dat is kennelijk net zo belangrijk als Lazarus uit het graf halen! De hemel gaat niet stilzwijgend aan onze ellende voorbij. Jezus snapt ons lijden dieper dan wijzelf. En ons lijden doet hem zeer. Hij (Joh. 11: 35): breekt uit in tranen: mede-lijden in de meest ware in van dat woord:

  • om mijn lijden
  • als ik gevangen zit in onrecht
  • als het leven mij te zwaar valt
  • als ik mijn verdriet niet meer weet te hanteren

 

maar een die evenzeer beproefd is geweest in alle dingen

Hebr. 4: 15