Preek zondag 26 december 2010


 

Glorie aan God in den hoge,

 

 

 

Kerst is een Godswonder. Het loopt God nooit uit de hand. In den beginne schiep God hemel en aarde. Met al de sterren en planeten, die Hij hun baan gaf.

God wist dus op welk moment twee planeten een zodanige conjunctie zouden vertonen dat ze een bijzonder effect van extreme helderheid teweeg zouden brengen.

 

Jezus wordt geboren in Bethlehem. In matige omstandigheden. Een koude stal is het decor. Kan dat wel kloppen? Zulke vragen kennen ook wij maar al te goed. Als we ons beroerd voelen; als we vertwijfeld onze weg gaan.

 

Maar dan doet God een volgende wonderlijke zet. Hij gaat naar herders om de geboorte van Zijn zoon bekend te maken. Herders die de reputatie hadden dat ze met plezier argeloze voorbijgangers overvielen. Outcasts van de maatschappij, randfiguren. Maar zij zagen de engelen, zagen God zelf.

 

De herders willen dan nog maar één ding: het kindje zien en aanbidden. En ze prijzen God. Maria, in de kale stal, weet nauwelijks wat ze meemaakt. Uit het niets komen de herders plotseling binnen. God troost Maria in haar moeilijke omstandigheden op deze manier: het loopt Hem niet uit de hand immers. Maria heeft al deze woorden bewaard, ze overwegend in haar hart.

Maar het vervolg dan? Als Herodes Jezus naar het leven staat en Maria en Jozef moeten vluchten naar Egypte? God stuurde door zijn ster de wijzen uit het oosten met kostbare geschenken. Die het Maria en Jozef mogelijk maakten zo een lange reis te maken en in hun levensonderhoud te voorzien.

Maar hoe zit dat nou met de andere spelers op het toneel? Met de schriftgeleerden bijvoorbeeld? Toen Herodes vroeg waar de koning van de Joden geboren zou worden wisten ze foutloos Micha 5: 1 te citeren. ‘Maar jij, Betlehem Efrata, te gering om te zijn bij de duizenden van Juda, uit jou zal er een voor míj voortkomen om heerser te zijn in Israël; zijn herkomst is uit de voortijd,

uit de dagen van eeuwig!’ Maar zelf gingen ze niet naar Bethlehem.

Weten met je verstand is nog war anders dan weten met je hart. De weg naar God vind je in Zijn woord. Kennen wij de blijdschap van de wijzen en de herders? Worden ook wij nog van binnen blij van onze Heer? De wijzen knielen in aanbidding voor de schepper van hemel en aarde. En brengen geschenken:

· Goud, als teken van de goddelijke gerechtigheid

· Wierook, als een liefelijke geur voor God

· Mirre, dat met name bij de begrafenis wordt gebruikt, als aankondiging van zijn dood

 

En langs een andere weg gaan de wijzen terug. Geldt dat ook voor ons, dat we een andere weg bewandelen omdat we Christus als Heer kennen?

 

Kerstfeest is groots. Christus woont in ons. God is onze vader. We hebben een eeuwige verzoening. In alle omstandigheden mogen we daarop vertrouwen.

 

We horen bij de herders. Bij de wijzen. God loven, dat is onze opdracht.

 

 

vrede daalt neer op de aarde,