Preek zondag 21 januari 2018


want wie mij vindt, vindt leven,- 

 

Wie op 18 juli 2010 voor 100 dollar bitcoins gekocht had en die had bewaard, had op 3 november 2017 ruim 8 miljoen dollar gehad. Tegen de hoogste dagkoers ooit, op 17 december 2017, was dat 22 miljoen dollar geweest.

 

De afgelopen tijd zijn er heel wat gesprekken gevoerd in de “had ik maar geweten…” sfeer. Want wie wil nu niet graag zonder enige inspanning – letterlijk slapend – rijk worden? En wie is er ergens in zijn hartje toch niet stiekem een beetje jaloers op mensen die het geluk zo ten deel valt? Azen we allemaal niet zo nu en dan een beetje op wat een ander ten deel valt?

 

Het laatste gebod van de tien geboden windt er geen doekjes om (Ex. 20: 17): níet begeren zul je het huis van je naaste; niet begeren zul je de vrouw van je naaste, zijn dienaar, zijn dienstmaagd, zijn os, zijn ezel, ja, al wat van je naaste is!

Niet begeren dus. “Veel begeren is veel ontberen” luidt het spreekwoord. Het Bijbelboek Spreuken illustreert op veel plaatsen in fraaie volzinnen hoe verwoestend het begeren kan uitpakken in het menselijk bestaan. ‘De begerigheid begeert de ganse dag, maar de rechtvaardige geeft en houdt niet terug’ (Spr. 21: 26). De Spreukendichter zegt hier dat wie zijn begeerten de vrije loop laat, nooit tevreden is. Hij wil almaar meer. Heel de dag prikkelt hem of haar de begeerte. Je wordt er niet goed van! Ik wil dit, ik wil dat in mijn vingers hebben.

Heel realistisch tekent Spreuken hoe het eraan toegaat in de wereld om ons heen: altijd meer, altijd anders, steeds op zoek naar spanning en sensatie. Sinds de zondeval zijn wij inhalige mensen. In de woestijn werd Israël vervuld met gulzig begeren. Ze wilden nu vlees, en niet alleen dat manna. En dan bidden ze de Here daar niet om, maar dan eisen ze onmiddellijke vervulling van hun begeren. Numeri 11 en ook psalm 78 schilderen hoe dat afliep (Psalm 78: 30, 31): Ze waren in hun begeerte niet te stoppen, met nog steeds hun eten in hun mond; daar stak tegen hen op Gods toorn en bracht bij hen de vetsten om, bracht Israëls uitgelezenen op de knieën.

 

Begerigheid zit bij rijke mensen en bij minder dan modaal. Het is de drijfveer geweest van oorlogen en slepende burenruzies. Het ligt aan de basis van kapitalisme en socialisme (als ík het maar heb/omdat ik het níet heb). Begerigheid drijft een bakker ertoe om oude koekjes te verkopen en een groenteboer om rotte sinaasappels onder in de zak te doen. We streven krampachtig naar promotie en zijn zo geconcentreerd op geld, goed en eer, dat gebed en gesprekken met onze kinderen erbij inschieten. We zijn meer gericht om te krijgen wat we niet hebben, dan dankbaar om wat we wel hebben.

Spreuken 18: 1 luidt: Wie zich afscheidt, zal zoeken volgens eigen begeren,- bij welk beleid ook breekt hij los. Hier wordt iemand getekend die gedreven wordt door begeerten. Die begeerten isoleren hem. Hij is op zichzelf gericht en wordt ‘eenzelvig’. Hij leidt zijn eigen leven en mijdt anderen. En wie hem willen corrigeren, die krijgen de wind van voren. Dan barst hij los! Hier worden begeerten obsessies. Hier zien we het profiel van een egotripper.

Hiertegenover geldt van de christelijke liefde: zij zoekt zichzelf niet (1 Kor. 13: 4). Het geloof breekt door de cocon van de begeerte heen en maakt werkelijk vrij. Het ontdekt: wie goed doet, goed ontmoet. Wie lafenis schenkt zal ook zelf worden gelaafd. (Spr. 11: 25). Je leven bloeit open en je relaties winnen aan diepgang.

Begeerte kan zich concreet uiten in gevoelens van afgunst door wat een ander bereikt in zijn werk, doordat een ander zich meer kan permitteren, door het grotere huis of de ruimere auto. Het enige wat je doet is je eigen situatie vergelijken met die van de ander. Dat is niet best. Spr. 14: 30 zegt: Het leven van lichamen komt van een gezond hart,- en kanker in de botten van na-ijver. Je kunt van jaloersheid ziek worden, allerlei kwalen krijgen en zelfs dood gaan. Jaloezie verteert een mens. En waarom is de duivel geworden zoals hij nu is? Ook uit jaloezie omdat hij ontevreden was met zijn eigen plaats en de plek van God wilde innemen. Jaloezie ondermijnt onze gezondheid. Deze zonde kan je brengen op de operatietafel en bij een psychiater.

Rust van jaloezie en begeerte vind je pas echt bij Jezus. Daarom: laat Zijn liefde je vervullen. Dat is goed voor je gezondheid, dat geeft je incasseringsvermogen en geduld met mensen. Leven naar Gods geboden is goed voor je gezondheid. Wie de goddelijke wijsheid vindt, die vindt het leven: leven hier op aarde met al zijn ins en outs, maar vooral eeuwig leven. Het vrezen van de Here is een geneesmiddel voor je vlees,- een lavende drank voor je beenderen; (Spr. 3: 8).

 

hem valt welbehagen ten deel van bij de Ene,

Spreuken 8: 35