Preek zondag 14 januari 2018


Maar hoe kán ik je prijsgeven, Efraïm, kan ik jou uitleveren, Israël;

hoe kan ik je prijsgeven als Adama, je neerzetten als Tsevojiem?-

 

God koos zich een volk uit opdat dat volk – Israel – voor hem dierbaarder zou zijn dan welk ander volk ook. God had Israel ongeconditioneerd lief. Door heel de Wet en de Profeten heen lezen we over die relatie en de spanningen die zich daarin voordoen. Israel laat zich hele perioden niks aan God gelegen liggen. En God van zijn kant maakt verwijten en stuurt straffen. Maar bekoelt dan zijn liefde en zegt Hij zijn verbond met Israel op? Niets is minder waar! Lees de woorden uit Jesaja 59: 20 – 60: 3:

 

20Maar voor Sion zal een verlosser komen, voor wie in Jakob omkeren van hun misstap,- is de tijding van de Ene.21Mij aangaande, dit is mijn verbond met hen, heeft de Ene gezegd: mijn geestesadem die over je is en mijn woorden die ik je in de mond heb gelegd,- zullen niet wijken uit jouw mond, de mond van je zaad en de mond van het zaad van jouw zaad, heeft de Ene gezegd, van nu aan en tot in eeuwigheid! 1Sta op, word verlicht, want je licht is gekomen: de glorie van de Ene is over je opgegaan! 2Want zie, het duister bedekt wel de aarde en donkerheid de natiën,- maar over jou zal de Ene opdagen, zijn glorie wordt over jou zichtbaar.3Volkeren zullen op weg gaan naar jouw licht, koningen naar de glans van jouw dageraad.

 

God gaat zich bemoeien met Israel. Als bevrijder! De Heer Jezus komt zijn volk Israel bevrijden.

 

De vraag is: is dat al gebeurd? Ligt dat al achter ons? Is de duisternis weg voor Israel? Zijn volkeren op weg gegaan naar Israel? In de geschiedenis van de mensheid heeft zich dat nog niet voltrokken.

 

Toch kwam de Messias, de bevrijder, wel naar zijn volk toe. Petrus beschrijft dat in Handelingen 3. Hij vertelt dat de Gezalfde moest lijden. En vervolgens roept Petrus zijn toehoorders – en in feite alle Joden op dat moment – op om collectief de Messias te erkennen en tot geloof te komen. Dan komt de voor u bestemde Gezalfde per direct uit de hemel terug op aarde om het herstel van alle dingen te bewerkstelligen zegt hij: 19komt dan tot inkeer en keert om, daartoe dat uw zonden worden uitgewist, 20opdat van het aanschijn des Heren momenten van verademing mogen komen, en hij zal zenden de voor u bestemde Gezalfde: Jezus, 21die de hemel moet verwelkomen tot aan de tijden van het herstel van alle dingen waarvan God heeft gesproken door de mond van zijn heilige profeten sinds eeuwig;

 

En weer is de vraag: is dat dan ook gebeurd? Schittert Gods licht in Jeruzalem? De oproep van Petrus leidde er niet toe dat Israel zich massaal bekeerde tot de Messias. En daarom ook kwam Jezus – tot op heden – niet terug uit de hemel.

 

Er zijn christenen die geloven dat Israel zijn oorspronkelijke uitverkiezing door God daarmee heeft verspeeld. De zogeheten substitutietheologie gelooft dat het Joodse volk als uitverkoren volk is vervangen door de nieuwtestamentische Kerk. De vraag is natuurlijk of die opvatting te handhaven is. Of Israel werkelijk voor altijd heeft afgedaan. Of is hier wellicht sprake van christelijk superioriteitsdenken?

 

Paulus legt in de eerste acht hoofdstukken van de brief aan de Romeinen uit dat mensen niet deugen. Dat niemand te verontschuldigen is. Dat er wat dat betreft tussen Joden en heidenen geen verschil is. En dat alleen geloof in God tot rechtvaardiging leidt. Dat geldt voor Joden en heidenen gelijk.

 

En vervolgens besteedt Paulus in zijn brief aan de Romeinen drie hoofdstukken ( 9, 10 en 11) aan Israel. Hij houdt ontzettend veel van de Israëlieten. Hij put zich uit om hen ervan te overtuigen dat Jezus de beloofde Messias is. En het doet hem zeer dat ze de gerechtigheid willen verkrijgen uit de (werken der) wet en niet uit geloof. Maar concludeert Paulus dan dat God Israel dan maar aan de kant schuift? De eerste woorden van hoofdstuk 11 laten het absolute tegendeel zien:

 

1Dan zeg ik: heeft God zijn gemeente misschien verstoten? Dat zij verre! Want ook ikzelf ben een Israëliet, uit zaad van Abraham, stam Benjamin. 2 Nee, God heeft zijn gemeente niet verstoten die hij tevoren heeft willen kennen (Ps. 94,14). En een stukje verderop lezen we 11Dan zeg ik: zijn ze misschien gestruikeld om voorgoed te vallen? Dat zij verre! Maar door hún struikeling is het behoud tot de volkeren gekomen,- om henzelf jaloers te maken!

 

Elk idee dat de christelijke kerk in de plaats is gekomen van Israel wordt hier volstrekt terzijde geschoven.

 

En dan schrijft Paulus vanaf vers 16 en volgende over de olijfboom. Over de wortel ervan (die heilig is!) en de takken. Over sommige oude takken die verwijderd zijn en nieuwe takken die zijn geënt.

 

16……………..: als de wortel geheiligd is, dan ook de takken. 17Maar als enkele van de takken zijn weggebroken en jij, een wilde olijfloot, als enting daartussen bent gestoken en mede-deelgenoot van de wortel, van de vettigheid van de olijfboom, bent geworden,

 

Israel is die wortel vol vettigheid. En die wortel is geheiligd. Door God zelf. Nu zijn er takken afgebroken. Er zijn Israëlieten die niet geloven dat Jezus de Messias is. En God nam andere – niet edele – stengels die Hij entte op de oorspronkelijke stronk. Er zijn christenen die op die grond Israel aanduiden als ‘onze grote broer.’ En daarmee toch de positie claimen alsof de christenen nu Israel vervangen.

 

Dat beeld en die uitleg is en blijft incorrect. God trekt de gelovige heidenen niet op tot het niveau van Israel. Als God in Christus zijn christelijke gemeente tot aanzijn roept bestaat die gemeente uit compleet nieuwe mensen (Want al wie één met Christus is, is een nieuwe schepping; al het oude is voorbijgegaan, zie het is nieuw geworden!)

 

Hoe staat het dan met die olijfboom?

 

  1. Allereerst past ons christenen absoluut geen superioriteitsdenken want 18‘niet jíj torst de wortel maar de wortel jou!’: de heilige wortel Israel is en wordt door God niet vergeten!
  2. Dan openbaart Paulus in vers 25, 26 en 27 een geheim: 25Want opdat ge niet (al te) wijs zijt met uzelf, wil ik u, broeders-en-zusters, niet onkundig laten van dit geheimenis: een verharding is voor een deel over Israël gekomen, totdat de volheid der volkeren binnenkomt, 26en zó zal heel Israël worden gered, zoals geschreven staat: ‘komen zal uit Sion de verlosser, afwenden zal hij van Jakob de goddeloosheid; 27dit is het verbond van mij met hen wanneer ik hun zonden wegneem’. (Jes. 59,20-21; 27,9)Een deel van Israel is ongelovig, maar daarin komt een ommekeer. En wel wanneer ‘de volheid der volken aanbreekt.’ Als al de heidenen die God wil redden zijn heil hebben aangenomen zal God zich weer tot zijn uitverkoren Israel wenden. Dan worden de woorden van (o.a.) Jesaja 59 en 60 werkelijkheid.

    Israel zal dan uitzien naar een verlosser, maar helaas naar de verkeerde. Het zal zich richten op een machtige heerser die hen verlost van hun vijanden. Terwijl ze een Verlosser nodig hebben die hen vrij maakt van hun zonden!

  3. In vers 32 onderstreept Paulus dat ter wereld niemand Gods heerlijkheid zou kunnen bereiken als God zich niet in barmhartigheid over allen zou ontfermen. Zowel Israel als de christelijke gemeente zijn afhankelijk van Gods genade.
  4. En dan kan Paulus niet anders dan God prijzen om zijn onbegrijpelijk genadige wegen: 33O diepte van rijkdom en wijsheid en kennis van God!- hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en onnaspeurlijk zijn wegen!

 

God is eindeloos groot en laat zich niet door ons narekenen. Wij begrijpen zijn grootheid en zijn beleid niet. Maar zijn hem er wel eindeloos dankbaar voor. Wat God ooit beloofde gaat hij doen. Hij is te prijzen tot in alle eeuwigheid!

 

mijn hart zal zich in mij omdraaien,

eensgezind zullen mijn barmhartigheden zich roeren.

Hosea 11: 8