Preek zondag 12 november 2017


Halleluja, lofgezongen Jezus Christus, onze Heer!

Het woord ‘hoeksteen’ komt een aantal keren voor in de bijbel. Soms in de letterlijke betekenis, maar meestal in een (van die letterlijke betekenis afgeleide) zinnebeeldige strekking.

In Job 38: 16 verschijnt God aan Job en geeft – in vragende zin – hem antwoord: wie was de steller van haar (= de aarde) hoeksteen, En in Jesaja 28: 16 luidt het: Daarom, zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene, zie, ik leg in Sion een steen ten grondslag,-
Hier gaat et duidelijk om een steen die in het fundament zijn plaats vindt.

In Psalm 118: 22 is dat anders: De steen die de bouwers verachtten is geworden tot hoofd van een hoek. Deze steen vindt zijn plaats duidelijk bovenin een gebouw.

In het oude Israel werden de muren van gebouwen niet gemetseld zoals vandaag de dag bij ons. Grote, zware en vaag grillig gevormde stenen werden op elkaar gestapeld zonder specie ertussen. Door passing en door het eigen gewicht van de stenen bleven de muren staan. De hoeksteen was dan de steen die twee haaks op elkaar staande muren onderling met elkaar verbond. Dat kon zowel in het fundament zijn als aan de top of ergens halverwege.

De tekst uit Psalm 118 wordt in het Nieuwe Testament een aantal keren aangehaald (zie Matth. 21, 42; Markus 12, 10 en Lukas 20, 17).

Matth. 21, 42: Jezus zegt tot hen: hebt ge nooit in de Schriften herkend ‘een steen die de huisbouwers afkeurden, die is geworden tot hoofd van een hoek; vanwege de Heer is zij geworden, wonderbaar is zij in onze ogen!’

Lukas 20, 17,18 voegt daar nog een betekenis aan toe: 17Maar hij kijkt hen aan en zegt: waarvoor is er dan dit Schriftwoord: ‘de steen welke de bouwlieden hebben versmaad, die is geworden tot hoofd van een hoek’?- 18al wie op die steen valt, zal worden verpletterd, en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen!

De toevoeging van vers 18 maakt wel duidelijk dat in Lukas sprake is van een hooggeplaatste hoeksteen.

In Efeze 2 (20 – 22) wordt de christelijke gemeente beschreven als bestaande uit zowel gelovigen afkomstig uit Israel als afkomstig uit stammen die voorheen als ‘de heidenvolken’ werden aangeduid. Die gemeente is 20gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is 21op wie heel dat welsaamgevoegde gebouw uitgroeit tot een heilige tempel, in de Heer,

Het beeld van een stad, gebouwd op het fundament van de twaalf apostelen van het lam wordt ons ook voorgesteld in Openbaring 21, 14. Die stad is vierkant, waarbij lengte, breedte en hoogte gelijk zijn. Stel nu dat de vorm die van een piramide is. Het beeld van Jezus Christus als sluitsteen op de top van die piramide dringt zich dan wel op!

De boven aangehaalde tekst uit Jesaja 28,16 wordt door de apostel Petrus geciteerd in 1 Petrus 2: 2 – 6: 4Komt tot hem, een levende steen, door de mensen wel afgekeurd maar bij God uitverkoren en kostbaar, 5en laat uzelf als levende stenen, als een huis van de Geest opbouwen tot een heilige priesterschap voor het opdragen van geestelijke offers die welaangenaam zijn voor God, door Jezus Christus. 6Daarom staat er in een Schriftgedeelte: ‘zie, ik leg in Sion een uitverkoren steen, een kostbare hoeksteen, en wie in geloof op hem vertrouwt zal niet worden beschaamd’

Hij, de afsluitsteen, Jezus Christus, is met heerlijkheid en eer gekroond. Hij die Joden en heidenen in één geestelijk huis samenvoegt en zo het Hoofd is van Zijn ene gemeente. En wij zijn de levende stenen die de gemeente vormen: ‘een uitverkoren generatie, een koninklijke priesterschap, een heilig volk, een gemeente ten eigendom’

die, waarachtig en getrouw, hoeksteen is van Gods gebouw,