Preek zondag 5 december 2010


 

Ik heb je bij je naam geroepen

 

Wil mij als een kind behand’len, dat alleen de weg niet vindt,…. dicht Jacqueline van der Waals, als ze weet dat ze aan kanker zal doodgaan. Bang als dat kleine jongetje dat door zijn moeder naar school wordt gebracht, maar op een dag voor het eerst de route alleen moet lopen. En niks liever wil dan dat zijn moeder weer met ‘m meeloopt.

 

God wil niks liever dan ons leiden op de weg naar hem toe. Wil ons blijdschap en vreugde geven. Ons dicht bij zichzelf hebben. Maar willen wij altijd met ‘m meelopen?

Deuteronomium 8 geeft een mooi beeld van de twee kanten die er aan ons christelijk leven zitten. Volgen we God, of bepalen we onze eigen weg door het leven wel? Die twee kanten komen steeds naar voren in de opvolgende verzen.

1. heel het gebod dat ik je heden gebied zult ge bewaken en doen,- opdat ge leven zult en talrijk worden, en bereiken en beërven: het land dat de Ene aan uw vaderen heeft gezworen. God belooft een gezegend bestaan aan Israel. Zoals hij ons “alle geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten” belooft. Maar wij moeten die zegeningen wel in ontvangst willen nemen.

2. Gedenk dan heel de weg welke de Ene, je God, je deze veertig jaar heeft doen gaan in de woestijn. Terugkijken is heel goed. Leren van je ervaringen met God. Veertig jaar lang onderwierp God zijn volk aan de oefening van de woestijn. Gaandeweg moesten ze ontdekken dat ze zelf de weg niet vonden. Dat afhankelijkheid en gehoorzaamheid nodig waren. Dat kennis van het eigen hart onontbeerlijk is.

3. opdat hij je tot de erkenning zou brengen dat niet bij brood alleen de roodbloedige mens zal leven.
God brengt je in situaties waarin je ontdekt dat je het zonder hem niet redt. Dat we Gods word werkelijk nodig hebben. Verandert dat word ons ook echt? Voegen we ons daarnaar?

4. God liet zijn volk niet in de steek: je voet is niet gezwollen,- deze veertig jaar.

5. En God gebruikt zijn tucht, ons ten goede: zoals een man zijn zoon tuchtigt is de Ene, je God, bezig jou te tuchtigen. Het klinkt nogal ouderwets: God voedt ons op onder lijden.

6. Bewaak dan de geboden van de Ene, je God,- en wandel op zijn wegen

7. – 10 In het beloofde land ontbreekt het je werkelijk aan niets! Alleen, je moet je het wel toe-eigenen. Zoals Israel het beloofde land wel moest veroveren. Er moeite voor moest doen. Dat geldt voor ons niet minder. Vragen wij oprecht “ God, wat wilt u dat ik doen zal?’ Is God werkelijk ons wenkend perspectief? Of ervaren we hem meer als een rem op onze eigen wensen en verlangens?

11. Wees waakzaam, anders vergeet je de Ene, je God,- Deze waarschuwing moeten ook wijzelf ter harte nemen. Vergeet God niet. Wordt niet hoogmoedig. Besef dat deze wereld je niet de bevrediging geeft die God wil geven. Hebben wij er nog besef van dat we leven als in een geestelijke woestijn?

16. In de woestijn at Israel het manna. Een beeld van de Heer Jezus zelf. En in het beloofde land voedde Israel zich met het overjarige gerooste koren, ook een beeld van de Heer.

18. gedenk dan de Ene, je God,- want hij is het die je kracht heeft gegeven door een vermogen te verschaffen; om zo zijn verbond gestand te doen dat hij heeft gezworen aan je vaderen, evenals op deze dag. God komt zijn beloften na. En bidet ons alle hulp om zijn verbond te houden.

19. Maar als we niet willen, loopt het verkeerd af. dan heb ik heden tegen u betuigd dat ge verliezen zult en verloren zult gaan!-

Laten we God vragen om ons te leiden. En vervolgens hem dan ook werkelijk volgen. Dan zal God ons weldoen. Want de Ene, je God, is bezig je te brengen in een land dat goed is,-

 

Jij bent van mij!