Preek zondag 10 september 2017


God is getrouw, zijn plannen falen niet,

 

We lezen Handelingen 12, 3 – 19.

 

De joodse christenen waren steeds meer een ergernis voor hun joodse landgenoten (zie Hand. 11: 18). En Herodes Agrippa I (verder ‘Herodes’) zag daarin zijn kans schoon om een politieke krachtzet te doen die de Joden zou plezieren: hij opende de jacht op de kopstukken van de christelijke kerk. Hij vermoordde Jakobus, broer van Johannes. En toen de Joden zich ingenomen betoonden met diens terechtstelling nam hij vervolgens Petrus gevangen. Ongetwijfeld met dezelfde bedoeling: onthoofding. De vervolging van de christenen kreeg zo, naast een religieuze motivatie, tevens een politieke drijfveer.

 

Tegen die achtergrond speelt zich de geschiedenis af van Petrus’ gevangenneming en verlossing. De timing van Herodes was perfect. Tijdens het feest van de ongezuurde broden moest elke Jood volgens de Wet in Jeruzalem zijn. Als Herodes maximale publiciteit wilde, dan was dit het moment. Nou was hij ook een gewaarschuwd man: eerder al had onder anderen Petrus vastgezeten (Hand. 4, 19 – 24) en was op miraculeuze wijze ontsnapt. Dus organiseert Herodes een belachelijk zware beveiliging. Zo een zeperd wil hij niet nog eens.

 

Op een ander plekje in de stad(: 5): wordt er voor hem tot God door de vergadering een voortdurend gebed gehouden. Het gebed is het wapen van de kerk.

Petrus intussen slaapt als een roos tussen zijn bewakers. Stond de dood van Jacobus hem niet als angstbeeld voor ogen? Nou heeft Petrus wel vaker laten zien dat hij geen last van slapeloosheid had, maar hier geeft God hem kennelijk een diepe rust. En dan geschiedt er letterlijk een Godswonder. Er verschijnt een engel (op het gebed van de gemeente?) die Petrus wakker port; de boeien vallen van zijn polsen.

 

Petrus wankelt achter de engel aan en heeft geen idee wat er gebeurt. Hij is volkomen slaapdronken en weet niet beter of hij ziet een visioen. Eerst als ze even buiten zijn brengt de buitenlucht hem tot bewustzijn en snapt hij dat God een engel zond om hem te bevrijden. God deed voor Petrus wat Hij ooit voor zijn volk Israel deed. God zorgt er zelf voor dat zijn plannen volvoerd raken.

 

Waarom stond God toe dat Jakobus werd vermoord en bleef Petrus gespaard ? Wij mensen hebben op deze vraag geen antwoord, anders dan dat het hier gaat om Gods soeverein handelen. Als God ons gevraagd had, hadden wij stellig een ander advies gegeven. Met Job moeten we erkennen (Job 36, 26): Zie, God is groot en niet te kennen,Leven en dood zijn in de handen van een soevereine God. Wij leven in zijn universum, niet in het onze. Evenzeer is de kerk Gods kerk, en niet de onze. En de hand van een soevereine God bestuurt de kerk.

 

Petrus wist kennelijk heel goed waar de biddende gemeente bijeen was. Hij gaat daar gezwind op af. En dan ontspint zich een amusante vertoning. Binnen zitten de mensen die vurig bidden dat Petrus vrij komt. En diezelfde Petrus staat buiten op de deur te bonken. Het dienstmeisje dat op dat gebonk afkomt herkent Petrus’ stem, maar vergeet van blijdschap en opwinding om de deur open te doen. “Petrus staat voor de deur” roept ze opgewonden dwars door het gebed heen. “Je raaskalt” zeggen de bidders die er niks van geloven. Maar Roos houdt vol “hij is het echt!”! Petrus blijft intussen op de deur bonken. Als ze hem zien, staan de ongelovige bidders compleet versteld.

 

Voor ons christenen is dit een bemoedigende geschiedenis. Het steekt ons een hart onder de riem:

De Heer regeert! Zijn koninkrijk staat vast,
zijn heerschappij omvat de loop der tijden;

Maar ook waarschuwt het ons: God is soeverein. Zijn plannen falen niet. Maar (Jes. 55, 8): mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen niet mijn wegen!- tijding van de Ene. Wij hebben God niet aan een touwtje. God legt geen verantwoording af aan ons. Job 37, 5: God doet wonderen en wij begrijpen ze niet. Met Karl Barth: De ware God wordt niet afgeleid uit onze idealen, maar openbaart zich in vrijheid als de Onverwachte die tot ons komt. En Jezus Christus is de enige openbaring van God. Wij kunnen God niets voorschrijven. We kunnen Hem slechts geloven en gehoorzamen.

 

Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen.

Gezang 304