Preek zondag 9 juli 2017


Wanneer ze zeggen: ‘alles is vrede en veiligheid’,

 

Het centrale punt in het christendom is dat God liefde is. Het is zijn wezenskenmerk. De woorden ‘God is liefde’ lees je bijvoorbeeld in 1 Joh. 4: 8 en 16. In 1 Kor. 13 staat de wellicht bekendste beschrijving ervan: 4 De liefde heeft lange adem, goedertieren is de liefde, niet afgunstig, de liefde praalt niet, blaast zich niet op, 5 gedraagt zich niet grof, zoekt niet zichzelf, raakt niet beledigd, is geen boekhoudster van het kwaad, 6 is niet verheugd over het onrecht maar verheugt zich over waarachtigheid; 7 alles bedekt zij, tegen alles in gelooft zij, in alles hoopt zij, in alles volhardt zij. 8 De liefde vergaat nimmermeer;

 

De basis van die liefde lezen we in Joh. 1: 16: Want zozeer heeft God de wereld lief dat hij de zoon, de eniggeborene, geeft,- opdat ieder die in hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.

 

En die liefde houdt al dik tweeduizend jaar stand. God is barmhartig en genadig en groot van goedertierenheid. Al het kwaad in de wereld heeft God geoordeeld door zijn Zoon ervoor plaatsvervangend te laten boeten. Het enige wat wij mensen moeten doen is aanvaarden en geloven dat God dat werkelijk gedaan heeft. God stelt geen voorwaarden aan zijn liefde, integendeel: Rom. 5: 8 God betoont zijn liefde aan ons omdat, toen wij nog zondaars waren, Christus voor ons is gestorven. God houdt niet van ons omdat het zo gemakkelijk is om van ons te houden of omdat wij Hem een goed gevoel geven; Hij houdt van ons omdat Hij liefde is. Hij schiep ons om een liefdevolle relatie met Hem te hebben. Hij offerde Zijn eigen Zoon (die zelf bereid was om voor ons te sterven) om die relatie te herstellen. Jezus zegt zelf (Joh. 12: 47b): want ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen nee, om de wereld te redden;

 

Toch komen die oordelen uiteindelijk wel. In het boek Openbaring worden de oordelen die het einde van deze wereld inluiden even beeldend als dramatisch geschetst. In een samenhangende opbouw:

 

  • Zeven zegels (Op. 6, 8); waarbij het laatste zegel uitwaaiert in
    • Zeven bazuinen (Op. 8, 9, 11); de laatste bazuin omvat de
      • Zeven schalen (Op 16).

 

Als je de gruwelen van de oordelen leest is wel duidelijk dat er ter wereld nog nooit zoiets is voorgekomen qua omvang en intensiteit. En toch lees je ook daar nog passages die aangeven dat het God uiteindelijk om de redding van mensen gaat en niet om het oordeel. Als de zeven bazuinen (Op. 8: 6 ev. worden geblazen neemt de zwaarte van de plagen toe. En dan lees je in Op. 9: 20 en 21 waarom het God gaat: Hij wil dat de mensen hun kwaad inzien en zich ervan afkeren. Maar zegt vers 21: zij kwamen niet tot omkeer van hun moorden, hun toverijen, hun hoererij en dieverijen.

 

Eenzelfde houding van de mensen lezen we als de schalen met hun gruwelen worden uitgegoten in bijvoorbeeld hoofdstuk 16: 11: zij lasterden de God van de hemel vanwege hun pijnen en hun zonden, maar zij kwamen niet tot omkeer van hun werken. Gods doel is – ook nog na het losbarsten van zijn oordelen – dat mensen hun wandaden inzien en zich tot God keren. Maar het gebeurt niet.

 

Het definitieve einde – zonder de mogelijkheid van omkeer – komt eerst in Op. 20. Vers 21 laat niks aan helderheid te wensen over: En indien iemand niet gevonden werd ‘opgeschreven in het boek des levens’, werd hij geworpen in de poel van het vuur.

 

En hoe reageren de mensen vandaag de dag gemiddeld? Ze nemen de aankondiging van de oordelen niet serieus. Met als argument: daar praten christenen al 2000 jaar over. En er gebeurt niks. Wie dat nog gelooft is gek. Maar, zegt Petrus (2 Pet. 3: 9): De Heer is niet traag met wat is aangekondigd, hoewel sommigen het traagheid achten, maar hij is lankmoedig jegens u, omdat hij niet wil dat sommigen verloren gaan; nee, dat allen tot bekering komen. Met andere woorden: het is een bewijs van Gods liefde en eindeloos geduld dat Hij nog steeds niet ingrijpt.

 

En wat heeft ons dat te zeggen? Wie anders dan wij christenen kunnen de mensen waarschuwen en met de blijde boodschap in kennis brengen? Wij moeten getuigen van “de hoop die in ons is.” Gelegen of ongelegen. En wij moeten daadwerkelijk tonen dat we er zelf van overtuigd zijn (Joh. 13: 35): hieraan zullen allen herkennen dat gij leerlingen van mij zijt: als ge onder elkander liefde hebt!

 

dán overvalt hen plotseling een verderf,