Preek zondag 21 november 2010


 

Jezus is het brood des levens,

uit de hemel neergedaald.

 

In het Oude Testament komen heel wat schaduwbeelden voor van de Heer Jezus. Personen, situatie of voorwerpen die aan hem doen denken. Die aspecten van zijn persoon weerspiegelen. Een voorbeeld van een man die aan de heer doet denken is Jozef. Als onderkoning van Egypte had hij de naam Tsafenat Paneach, wat redder van de wereld betekent. Zoals onze Heer de redder van de wereld werd. En in de ark van Noach behielden acht mensen het leven ten tijde van de zondvloed. Onze Heer werd de redder van miljoenen mensen.

Manna is ook zo een beeld van de Heer Jezus. Het manna was voor de Israëlieten het brood uit de hemel.

Maar: wat was dat manna eigenlijk? Helemaal een goed beeld krijg je er niet van. Ex. 16: 31: het is als korianderzaad zo wit, en z’n smaak is als bladerdeeg met honing! Misschien leek het wel op popcorn of zo. Je kon er overigens alles mee doen: bakken, braden, stoven enzovoort. En ook was precies voorgeschreven hoeveel je ervan moest verzamelen.

En waarom was dat manna er eigenlijk? Tsja, nauwelijks zes weken onderweg in de woestijn, ontkomen uit Egypte, kwam het volk Israel al voor de derde keer in opstand. In de woestijn Sin was er gebrek aan brood en vlees. En God zond het beide. Veertig jaar zouden ze het manna eten, tot ze het beloofde land binnengingen en van de opbrengst van het land konden eten.

Maar nu een aantal beelden van dat manna, waarin we onze Heer weerspiegeld zien.

1. Manna betekent “ wat is het?” Onbekend als de Heer bij zijn komen in de wereld. Een paar oosterse wijzen wisten het. Maar voor al de anderen was hij “ de zoon van de timmerman.” En “ de zijnen hebben hem niet aangenomen.”
Wat een genade dat wij hem mogen kennen. Dat wij weten hoe groot zijn naam is. Dat wij avondmaal uit zijn hand mogen aannemen. Dat Hijzelf het avondmaal viert met ons.

2. Manna is dagelijks voedsel. We zorgen goed voor ons dagelijks voedsel. En doen ons best om dat zo gezond mogelijk te laten zijn voor ons lichaam. Maar voeden we ons ook dagelijks met de Heer? Is Hij ons dagelijks manna?

3. Manna is wit. De kleur van de reinheid, de zondeloosheid. Als wij bij de Heer zijn, dragen we witte kleren. Dan valt elk verschil weg. En in die kleren wandelen we met God Op. 3: 4: en zij zullen met mij in witte gewaden wandelen, omdat zij het waardig zijn; en ook Op 2: 17: ik zal hem geven van het verborgen manna en ik zal hem een witte steen geven, en op de steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan die hem aanneemt! Een witte steen was het teken van de vrijspraak. Wij zijn in Gods ogen vrij van elke schuld. En God geeft ons een nieuwe naam, waarmee Hij ten diepste uitdrukt wie wij voor Hem zijn.

4. Manna kent vele bereidingswijzen. Zo is de Heer er voor ons in alle omstandigheden. In verdriet en vreugde. In voor- en tegenspoed. En laten we God niet alleen raadplegen als we in de penarie zitten. Als het minder goed gaat met ons. Maar vooral ook als het ons goed gaat meoten we Hem daarvoor danken. Want al het geode komt van Hem.

5. Manna lag op de grond. Zonder bukken of knielen kon je het niet krijgen. Zo is knielen voor de Heer voor ons ook de houding om ons met Hem te voeden. In gebed tot Hem komen.

6. Manna was er voor iedereen. Voor de Israeliet, maar ook voor de vreemdelingen die met hen mee door de woestijn gingen. Zo is de Heer Jezus er voor iederen. Joh. 3: 16!

7. Manna was gratis. En ook de Heer Jezus “ kost niks.” Hij is “ de vrije gift van Gods genade.”

 

Geen christen kan zonder geestelijk voedsel. Zoals geen Israëliet zonder manna kon. Laten we ons voeden met onze Heer.

Hij schenkt aan de ziel het voedsel

waar geen and’re spijs bij haalt.