Preek zondag 2 juli 2017


Wie dank offert, die geeft mij glorie,

 

Wanneer je met je westerse referentiekader in een Ugandees hutje terechtkomt schudt je wereld wel even op z’n grondvesten. Je ziet armoede. Moeite om elke dag maar weer eten te organiseren. Problemen waar wij geen eind aan zien.

En dan vraag je zoiets als “Hoe gaat het met je?” En eigenlijk verwacht je dan een klacht. Of een opsomming van alles wat tegenzit of zo. Maar niks van dat alles. Het antwoord luidde “Ik ben dankbaar dat ik leef en zielsblij dat ik God ken.” Zo’n antwoord zet je als materialistische westerling wel aan het denken. Hoe dankbaar zijn we nog? Of staat het wensenlijstje met onvervulde verlangens bij ons voorop?

We lezen de geschiedenis van de tien melaatsen uit Lukas 17: 11 – 19: 11 Het geschiedt tijdens het optrekken naar Jeruzalem dat hij komt door het midden van Samaria en Galilea; 12 als hij zomaar een dorp binnenkomt treden tien mannen, huidvraatlijders, hem tegemoet, die van verre blijven staan;13 zij verheffen hun stem en zeggen: Jezus, meester, ontferm je over ons!14 Hij ziet hen aan en zegt tot hen: trekt op en toont uzelf aan de heiligdomsdienaars (Lev. 13,49; 14,2-3)! En het geschiedt als zij gáán dat zij worden gereinigd.15 Maar: één van hen ziet dat hij is geheeld en keert terug, met grote stem God verheerlijkend;16 hij valt op het aanschijn neer voor zijn voeten, hem dankende; en híj is een Samaritaan geweest!17 Maar ten antwoord zegt Jezus: werden niet de tien gereinigd?- de negen, waar zijn die?-18 zijn er geen te vinden die terugkeren en God verheerlijken behalve deze eldersgeborene?19 En hij zegt tot hem: sta op en trek verder,- je geloof heeft je gered!

 

Jezus trekt met zijn discipelen door Samaria. In het grensgebied tussen zuid-Galiléa en noord-Samaria doet zich een incident voor. Er is een groep melaatsen, Samaritanen en Joden. Ze waren vanwege de besmettelijkheid van hun ziekte uit hun leefgemeenschappen gestoten. Van een afstand roepen ze tot Jezus. Ze noemen hem opmerkelijk genoeg ‘Meester,’ en vragen om ontferming.

 

Wat verwachtten zij van Hem? Genezing wellicht? Vast niet dat Jezus hen een opdracht zou geven! Jezus stuurt hen naar de priester; die opdracht hield in dat ze onderweg zouden genezen zodat de priester (Lev. 13) zou kunnen vaststellen dat ze rein waren. Dan konden ze hun oorspronkelijke leven weer oppakken. De melaatsen volgen het gebod op (ze besloten Jezus te gehoorzamen) en ze werden door Hem op afstand genezen (vgl. 2 Kon 5: 10 – 14).

 

Op dit punt had het verhaal best kunnen stoppen. Een mooi getuigenis hoe belangrijk het is om Jezus’ woord te geloven en te gehoorzamen. Toch is dat niet de les die we hier moeten leren. Die les zit ‘m in het vervolg!

 

Een van de tien genezenen liep terug naar Jezus en prees God op luide toon. Daarin erkende hij dat Jezus door God gezonden was. Het feit dat het hier een Samaritaan betrof is de kern van deze geschiedenis. Dat was een soort tweederangs burger. Het licht valt zo wel heel sterk op de ondankbaarheid van de andere negen, die Jood waren. Joden, die meer wisten van de komende Messias dan Samaritanen. Ze hadden Jezus moeten herkennen en hun dankbaarheid Hem moeten aanbieden.

En dan zegt Jezus tegen de Samaritaan dat juist zijn geloof hem de genezing bracht, en niet louter zijn gehoorzaamheid!

 

Dit incident leert ons dat mensen die verlost zijn door Jezus, en die in Hem geloven, de morele plicht hebben om hem dank te brengen voor wat Hij deed. De negen Joodse mannen waren ongetwijfeld blij met hun genezing. Ze incasseerden graag de positieve gevolgen van Jezus’ bediening. Maar ze misten de kans om Jezus’ werk in verband te brengen met God. Want dat is de kern van deze geschiedenis: God verheerlijken!

 

Alles wat wij hebben, hebben we toch gekregen? Als het ons tegenzit overvalt ons nog wel eens het gevoel van “dat is niet eerlijk.” Dankbaarheid aan God in alles is de morele opgave voor ons christenen. Wij zijn gemiddeld beter in vragen om meer cadeautjes dan in het tonen van dankbaarheid. 1 Thess. 5: 16 – 18: 16 Verheugt u altijd,17 bidt zonder ophouden,18 zegt dank in alles,- want dat is de wil van God in Christus Jezus jegens u.

 

en wie zich op weg zet, hem laat ik zien redding door God!

Psalm 50: 23