Preek zondag 25 juni 2017


Ieder denkbeeld dat wij ons vormen van God

 

Is het christelijk geloof nog nieuw en fris? Trouwens, kan iets dat al tweeduizend jaar bestaat nog wel nieuw zijn? Je hoort nogal eens van trouwe kerkgangers die belijden dat het geloof hen nog maar weinig doet. Dat het van binnenuit verkruimelt. Geloof dat afvalt, als een verdord blad. Geloof dat gebaseerd is op een stel mooie formules en prachtige woorden. Maar dat wordt tot een lange riedel die je niet meer raakt. Waarbij preken die je vertellen dat God altijd onder handbereik is en klaarstaat met genade en geborgenheid je gaan irriteren. Want dat weet je allemaal wel. Maar je dagelijkse ervaring is er niet naar.

 

Zou het kunnen dat we het bijzondere van het christelijk geloof inmiddels niet meer zien? Dat het verwordt tot een van de vele mogelijke overtuigingen die je kunt hebben. Maar waarbij je je ook zonder dat geloof voortreffelijk kunt redden (kijk maar om je heen!)?

 

Paulus schrijft een brief aan de gemeente in Kolosse. Een handelsstad, tweeduizend jaar geleden in West Turkije. En in die stad werden veel geloven aangehangen. Het was er een soort religieuze supermarkt. Net als vandaag de dag trouwens. Nu worden Allah, Brahma, Boeddha, Jezus, New Age gezien als uitingen van een en dezelfde achtergrond. Het zijn op z’n best mogelijke wegen naar God.

 

Paulus ziet het gevaar voor de christenen in Kolosse. Hij is bang voor dwalingen. Hij ziet gebeuren dat Christus verwordt tot niet meer dan een inspirerende persoon. Daarom spreekt Paulus zijn lezers aan als (1:2) heilige en gelovige broeders-en-zusters in Christus te Kolosse. Want Christus is de Persoon die alles is wat ze nodig hebben. Paulus dankt voor de gelovigen in Kolosse en spreekt (1:3) eerst God aan! Paulus somt positieve zaken op (1: 4 – 8), en begint niet met kritiek. En hij doet voorbede (1: 9 – 11).

 

Dan komt Paulus tot zijn centrale thema. Dat thema is Christus. In de voorbede (1: 9 – 11) somt Paulus een aantal hooggestemde idealen op. Je zou sceptisch je schouders kunnen ophalen. Mooi gezegd, maar wie maakt dat waar? En dan volgt vers 12 als een bliksemstraal: God zelf maakt het waar! Hij maakt ons bekwaam! En Zijn Zoon betaalt ervoor. God staat niet op afstand. Hij is bij ons en bij de wereld om ons heen betrokken.

 

En Jezus is het beeld – de icoon – van God. Om Jezus gaat het. Alles draait om Hem. Toen God mensen schiep, had Hij Christus al voor ogen. Christus is de actieve oorzaal en tegelijk het doel van de schepping. Ons geloof bestaat niet uit een aantal centrale bijbelteksten en een stuk of wat theologische formules. Ons geloof ligt vast in de relatie met Jezus Christus. God woonde in Christus. En Christus woont in ons.

 

God heeft door Christus de schepping zijn bestemming teruggegeven. En ook wij christenen worden zoals we bedoeld waren. Wij zijn geschapen naar God beeld. God staat niet op grote afstand. Hij is geen vreemde. Hij maakt ons tot een tempel van de levende God zelf (1 Cor. 3: 16).

 

Is zo een geloof aftands en versleten door het gebruik? Is de levende relatie met God ooit sleets? Met God, die er goed tegen kan dat een mens tegen hem zegt (Psalm 39: 11) wend uw plaag over mij af, van het getreiter van uw hand ben ik ten einde! God die kennelijk in de omgang met mensen niet schrikt van al hun verrassing en verbijstering, al hun verzoeking en vertwijfeling, al hun verzet en verlangen, al hun verlatenheid en geborgenheid. Zijn onze vrome gevoelens maatgevend? Of kan God goed omgaan met onze tegenzin? Met onze nukkige wil, die dieper ligt dan onze gevoelens.

 

Paulus gebruikt in 1: 23 nog een opmerkelijk woord: we zullen heilig en onbesmet voor zijn aangezicht staan als ge maar gefundeerd en vast blijft bij het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop in de verkondiging die ge hebt gehoord…..

 

Als? Kan het dan nog misgaan? Kunnen we nog fout kiezen dus? Geeft dat ‘als’ hier een voorwaarde aan? Ik meen dat we het woord ‘als’ hier eerder moeten lezen in de zin van ‘iedere keer dat’.

Paulus roept de christenen ik Kolosse op om zich niet gek te laten maken door de veelheid aan religies die om voorrang vechten. Het gaat om Christus, en om hem alleen. Op hem moet alles worden gebouwd. Op hem moeten we ons richten. Dan heeft ons leven zin. En mist het z’n doel niet. Dat is evangelie: goed nieuws! Geloof gaat niet om formules en volzinnen Of om bijbelteksten. Geloof gaat om een relatie. En wel met God en met zijn Zoon. Geloof is niet aangepraat of opgeplakt. Geloof leeft. Al tweeduizend jaar Oud? Misschien. Verouderd? Geen dag!

 

moet Hij genadig verbrijzelen.

C.S. Lewis