Preek zondag 18 juni 2017


Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal komen mijn hulp?

 

Hoe kunnen christenen actief de Heer Jezus verwachten? In het licht van deze vraag lezen we Lukas 21: 2 – 24. Een klein schema daarvan:

 

  • 1 – 4: het hoofdstuk start met een soort intermezzo: het penninkje van de weduwe
  • 5 – 7: de tempelverwoesting voorzegd. Wanneer gebeurt dat? Antwoord in vers 20 e.v.
  • 8 – 11: intermezzo: pas op dat je niet wordt misleid
  • 12 – 19: vervolg van waarschuwingen: je krijgt het zwaar, maar Ik help je!
  • 20 – 24: antwoord op de verzen 5 – 7: de tempelverwoesting in detail voorzegd

 

Thema van de preek is vers 24: Ze zullen vallen door de mond van het zwaard en gevankelijk worden afgevoerd naar alle volkeren; Jeruzalem zal worden vertreden door volkeren totdat ‘momenten van volkeren’ zijn vervuld.

 

Dit hoofdstuk begint met een opmerkelijk intermezzo. Jezus stelde in hfdst. 20: 47 de houding van vooraanstaande schriftgeleerden aan de kaak en gispt specifiek hoe schandalig ze de weduwen uitknijpen. De tijd is rijp voor het oordeel als de religieuze leiders op zo een manier vrome mensen behandelen.

Hij stelt de arme weduwe ten voorbeeld. Wij zien nogal eens op de grootte van de gift die wordt gedaan. Jezus ziet op het offer dat met de gift gepaard gaat. Een les voor iedereen.

 

Wanneer je van het tempelplein – van de tempel van Herodes – via het Kidron-dal naar de Olijfberg wandelt heb je een prachtig zicht op de tempel. Die ziet er werkelijk schitterend uit. Maar als sommigen daar een opmerking over maken zegt Jezus (:6) er zullen dagen komen waarin geen steen op een steen gelaten zal worden die niet zal worden weggebroken. Dat gaat over meer dan in puin slaan. Dat gaat over totale verwoesting. Zodat niets meer herinnert aan het verleden. Dan vragen de discipelen verbaasd (: 7) leermeester, wanneer zal dat zijn, en wat is het téken, wanneer dat alles gaat geschieden?

 

Jezus beantwoord die vraag niet meteen. Hij start met een aantal waarschuwende opmerkingen en onthutsende situatieschetsen. Er zullen gruwelijke omstandigheden volgen. Valse Christussen zullen zich melden. Oorlogen volgen. Aardbevingen, hongersnoden en besmettelijke ziekten teisteren de mensen. En zij die Jezus willen volgen krijgen het onmetelijk zwaar. Vers 17, 18: ge zult door allen gehaat wezen vanwege mijn naam, maar geen haar van uw hoofd gaat verloren;

 

In vers 20 komt het antwoord op de vraag uit vers 5: “Wanneer wordt de tempel tot de laatste steen verwoest?” Jezus zegt: wanneer ge Jeruzalem omringd zult zien door legers, onderkent dán dat haar verwoesting is genaderd.

 

In het jaar 70 na Christus trekt Titus – zoon van keizer Vespasianus – met zijn leger door Syrië en de Libanon naar Judea. Hij slaat zijn kampen op voor de stad en neemt de stad in. Hij houdt er gruwelijk huis: de geschiedenis rept van minstens 100.000 doden in de stad. Inclusief de slachtoffers in de rest van Israel raamt men 600.000 tot wel 1,3 miljoen doden, deels door de gruwelijke hongersnood die er ontstaat. De tempel wordt steentje voor steentje afgebroken. De Romeinen waren trots op het neerslaan van de opstand, waardoor keizer Domitianus, de broer en opvolger van Titus, in het jaar 81 een triomfboog liet bouwen ter ere van de opstand. Op deze Boog van Titus is vandaag de dag nog te zien hoe de Romeinen veroverde tempelschatten van de joden in triomf droegen.

 

Een kleine duizend Zeloten trekken zich na de val van Jeruzalem terug in de bergvesting Massada. De Romeinen waren helemaal klaar met de Joodse tegenstand en besloten ook dit laatste bolwerk in te nemen. De belegering duurde niet minder dan drie jaar. Uiteindelijk veroverden de Romeinen Massada. De laatste Zeloten pleegden zelfmoord.

 

In vers 21 zegt Jezus Laten dán wie in Judea zijn vluchten naar de bergen; Geografisch is die aanwijzing volstrekt duidelijk: je moest naar het oosten, de Jordaan over en de bergen in. De overlevering leert dat de christenen die aanwijzing heel letterlijk hebben opgevolgd. In Jeruzalem vielen vele doden, maar onder de christenen niet. Omdat ze vluchtten naar de bergen.

 

 

En dan volgt vers 24. Met de aankondiging dat er vele doden te betreuren zullen zijn en dat de Joden in gevangenschap zullen worden weggevoerd naar alle volkeren.

 

Hier wordt de derde ballingschap voorzegd:

  • De eerste ballingschap was de deportatie van de tien stammen van Israel; zij zijn nu niet meer als zodanig herkenbaar
  • De tweede ballingschap betreft de deportatie naar Babel; deze duurde 70 jaar. Toen keerde het volk terug.
  • De derde deportatie is die van het jaar 70 na Christus.

 

Jeruzalem zal worden vertreden door volkeren TOTDAT

In het jaar 132 kwam Sjimon Bar Kochba nog eenmaal in opstand tegen de Romeinen. Hij wist de Joodse onafhankelijkheid vier jaar te verdedigen maar moest toch het onderpit delven. En wat et nog overeind stond na de verwoesting in het jaar 70 na Christus werd alsnog volledig vermorzeld.

 

De naam Israel werd vervangen door Palestina. Om elke herinnering uit te wissen.

 

Met de verovering van Egypte, Syrië en Irak in 1517 vestigde het Ottomaanse rijk zich als wereldmacht. Het uiteenvallen van dat rijk werd rond 1917 bezegeld door de strijd in het Midden-Oosten aan het eind van de Eerste Wereldoorlog.

 

De Volkerenbond creëerde vier mandaatgebieden; het mandaatgebied Palestina kwam onder het Verenigd Koninkrijk te vallen.

 

De Engelsen namen in november 1917 in de Balfour-verklaring het standpunt in dat het de zionistische plannen voor een Joods nationaal tehuis ondersteunde.

 

Het Verenigd Koninkrijk liet na de Tweede Wereldoorlog aan de Verenigde Naties weten dat het zijn mandaat over Palestina wilde beëindigen. Een verdelingsplan – met daarin plek voor een Joodse staat – werd opgesteld. En aangenomen, met fel verzet van de Arabische staten. Op 14 mei 1948 werd de staat Israel uitgeroepen, acht uur voor de officiële beëindiging van het mandaat.

 

De gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog waar het om de Jodenvervolging gaat zijn bekend. Met zijn Endlösung zorgde Hitler voor de grootste genocide ooit.

 

En dan gaat Lucas 21 verder over de wederkomst (vers 25 e.v.), volgend op het TOTDAT ‘momenten van volkeren’ zijn vervuld.

 

  • Vers 25: er gebeurt van alles in de hemel. Asteroïden die de aarde bereiken?
  • Vers 26: Angst onder de mensen. Angst die we vandaag de dag zien met aanslagen en andere gruwelijkheden
  • Vers 27: en dan komt de Mensenzoon met kracht en grote glorie! Hoelang duurt dat nog? Tien minuten? Tien jaar? Honderd jaar? Elke speculatie van onze kant is zinloos.
  • Vers 28: Maar als dit alles begint te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, doordat uw verlossing nadert!

 

En dat is waar het voor ons om gaat. Als we actief de Heer Jezus willen verwachten.

  • Een positie van kracht innemen.
  • Naar boven kijken. Van waar onze hulp zal komen.

 

Want de verlossing nadert!

 

 

Mijn hulp is van bij de Ene, de Maker van hemel en aarde.

 

 

Engel-Terzett uit Elias, Mendelssohn: Hebe deine Augen auf. https://youtu.be/TvEU68LUivc