Preek zondag 28 mei 2017


vrede voor onrust / lachen voor tranen / toekomst voor angst

 

 

Meer dan brood alleen

Als Jezus in het begin van zijn bediening – net na zijn doop door Johannes – wordt verzocht in de woestijn, vast hij veertig dagen en nachten. Hij heeft honger. Dan komt de duivel bij hem en die weet wel een oplossing: “als jij Gods Zoon bent, maak dan van de stenen hier gewoon brood!” Maar Jezus maakt duidelijk dat er naast brood nog iets extra’s nodig is om in leven te blijven (Matth. 4: 4): niet bij brood alleen zal de mens leven, maar bij alle spreken dat voorbijtrekt door de mond van God (Deut. 8: 3)!.

 

Maar ook gewoon brood

De Emmaüsgangers liepen in de grootst mogelijk verwarring over alles wat er in Jeruzalem was gebeurd weer naar huis. Jezus kwam naast hen lopen, maar ze herkenden hem niet. Het gesprek dat ze voeren spreekt de wandelaars zo aan dat ze hun reisgenoot uitnodigen voor de avondmaaltijd. (Luc. 24: 30): als hij met hen aanligt neemt hij een brood en zegent; hij breekt het en geeft het hun aan.

Het is ook vandaag de dag nog een groot goed – en Gods zegen – dat we genoeg te eten hebben. Het gebed (Matth. 6: 11): ons nodige brood, geef ons dat heden heeft niets van zijn zeggingskracht verloren.

 

Een apocrief verhaaltje (vrij naar Elisabeth Elliot) over stenen en brood

Op een dag zegt Jezus tegen zijn discipelen: “Ik zou willen dat jullie een steen voor mij dragen.” Uitleg geeft hij niet. Dus zoeken ze alle twaalf een steen. Petrus, praktisch als altijd, kiest een klein steentje. Er waren immers geen nadere bepalingen! Jezus zegt: “Volg mij.”

Rond de middag zegt Jezus dat ze moeten gaan zitten. Hij wuift met z’n hand en alle stenen veranderen in brood. “Tijd om te eten” zegt Jezus. Petrus was met enkele happen klaar.

Als ze weer op stap gaan herhaalt Jezus zijn eerdere vraag: “Ik zou willen dat jullie een steen voor mij dragen.” Petrus zegt: “Aha, ik snap ‘m!” Hij kiest een klein rotsblok, dat hij al zwalkend net kan dragen. “Was het maar vast etenstijd” grapt hij. Maar Jezus zegt: “Volg mij.” Petrus kan de anderen nauwelijks bijhouden.

Rond etenstijd zegt Jezus: “Nu gooit iedereen zijn steen in de rivier.” Dat doen ze. En Jezus zegt opnieuw : “Volg mij.” Petrus en de anderen zijn met stomheid geslagen.

Dan kijkt Jezus hen aan en zegt: “Herinneren jullie je nog wat ik vroeg? Voor wie droegen jullie die steen?”

Herkennen we in dit verhaaltje misschien iets van onszelf? Willen wij door grotere en betere prestaties voor God greep op ons leven houden? Hoeveel berekening zit er achter onze morele keuzes? Dienen we Jezus uit een resultaatgericht egoïsme? Of uit een op liefde geboren trouw? En als Jezus zegt (Matth.; 11: 30): mijn juk is passend en mijn last is licht! realiseren we ons dan dat Jezus werkelijk rust wil geven? Dat het hem er niet om gaat dat we ons afbeulen in de hoop op erkenning? Jer. 6: 16: staat stil op de wegen en ziet, vraagt naar de paden van eeuwig, waar toch een goede weg is, en wandelt daarop en vindt rust voor uw ziel!-

 

Geef de ander te eten en te drinken

Spr. 25: 21: Als je hater hongert, geef hem je brood te eten,- als hij dorst heeft geef hem je water te drinken;

De bijbel geeft een en andermaal aanwijzingen dat we voor vreemdelingen en bijwoners goed te zorgen hebben. Ze hebbe zekere (voor)rechten. Ze genieten de driejaarlijkse tienden (Deut. 14: 28 e.v.). En de besnedenen onder hen mogen het pascha vieren (Num. 9: 14).

Een christen wordt gekend aan zijn mededeelzaamheid. Aan zijn compassie met minderbedeelden. Want wij kregen alles voor niets:

 

Brood uit zijn honger

Drinken uit zijn dorst.

 

luisteren voor weten / handen voor vuisten / alles voor niets

Inge Lievaart, “Ze zullen het niet geloven”, uit: De voelhoorn verwachting, Kok 1961