Preek zondag 14 november 2010


 

David, hij is de kleinste

1 Sam. 17: 14

 

“ Ik ben geïnteresseerd in de toekomst, want daar ga ik mijn tijd doorbrengen” zei ooit iemand. En wie is er nou niet benieuwd naar dat wat de toekomst inhoudt?

Wij christenen zijn natuurlijk nieuwsgierig naar wat de Heer voor ons in petto heeft. Hoe gaat de Heer ons gebruiken? En zijn we er dan ook klaar voor? Hoe “ regisseert” de Heer dat eigenlijk?

 

Laten we de geschiedenis van David en Goliath als voorbeeld nemen. We lezen die in 1 Samuel 17.

Goliath was een door de wol geverfde zeer ervaren vechter. Voortreffelijk bewapend. En van een enorme lengte.

 

En dan David. De jongste van een rijtje broers. Stammend uit een heel gewoon doorsnee gezin. Zo op het eerste gezicht in alles een tegenpool van Goliath.

 

David had ervaring. Als zijn kudde werd beslopen door leeuw of beer ging hij er niet vandoor: hij stond pal waar een ander vluchtte. En David die geleerd had om de kudde van zijn vader te hoeden, werd nu door God uitverkoren om Gods volk te hoeden. Een zekere minimum leeftijd is niet noodzakelijk voor God. Welke ervaring hebben wij opgedaan in ons dagelijks leven, die maakt dat God die kan gebruiken tot zijn doel? Toen David bij de kudde was stond hem niet voor ogen dat hij op een dag de ogen van heel Israel op zich gericht zou zien. Hij deed simpelweg wat nodig was. Hij was trouw aan zijn werk.

 

David was wijs. Als koning Saul hem ontvangt en instrueert hoe Goliath aan te pakken stelt hij David zijn wapenrusting ter beschikking. (Daarmee zou overigens een eventuele overwinning van David ook deels op Saul afstralen!). Maar David maakt duidelijk dat die wapenrusting hem absoluut niet hielp: integendeel zelfs. Hij toonde wijsheid en ook zelfkennis. Hebben wij inzicht in hoe we God het best dienen? Inzicht in wat ons past en goed afgaat, en in dingen waar we verstandiger niet aan beginnen? Durven we nee te zeggen ook als anderen op ons inpraten?

 

David was een vakman. David had een slinger met stenen en een stok. En bij de schapen gebruikte hij die hulpmiddelen elke dag. En dus koos hij ervoor om Goliath tegemoet te treden met hulpmiddelen waarmee hij vertrouwd was. Geldt dat ook voor ons? Als wij bijvoorbeeld het vermogen hebben om mensen bij elkaar te brengen, gebruiken we die gave dan ook in de christelijke gemeente?

 

So far so good. En toch ontbreekt er nog iets. Ervaring, wijsheid, vakmanschap: daarmee kom je in het bedrijfsleven ook een heel eind. Maar voor David waren die drie elementen – hoe noodzakelijk ook – niet voldoende. Er kwam daar nog een vierde element bij. Een absoluut onmisbaar sluitstuk als het gaat oom de dienst van God en onze rol daarin.

David was een geloofsman. Vanuit menselijk perspectief gezien was de kans dat Davis zou slagen zo ongeveer nihil. Goliath verachtte hem.

Maar David zegt tot de Filistijn: …….. ik kom tot jou met de naam van de Ene, de Omschaarde,- de God van Israëls slagordes die jij hebt gehoond!- ……………; weten zullen ze, heel de aarde, dat er voor Israël een God is!- en weten zullen ze, heel deze vergadering, dat niet met zwaard en lans de Ene bevrijdt; want deze oorlog is van de Ene en gegeven heeft hij u in onze hand!

Davids statement is krachtig. Hij komt in Gods Naam. En heel de aarde zal het weten. De strijd is van de Heer! David gaat van de “ ik” stijl over in de “ wij” stijl. God heeft een doel met zijn volk. En gebruikt David daarvoor. Laten wij ons gebruiken voor Gods doel, in Gods gemeente?

Zien wij de uitdagingen in Gods perspectief? Hoe zien we de boze buitenwereld? Als dreiging? Als uitdaging? Hebben wij de ervaring, de wijsheid, het vakmanschap en de geloofskracht die nodig is in onze christelijke dienst?

David is sterker dan de Filistijn, met de slinger en de steen;

1 Sam. 17: 50