Preek zondag 21 mei 2017


Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus

 

Wie een week lang met andere christenen door het onbekende Oeganda trekt komt geheid veelvuldig buiten zijn comfort zone. En dat helemaal als het contact met zowel die mede christenen als met de lokale bevolking ronduit intensief is. Eigenlijk verkeer je dan die hele week buiten je comfort zone. Dat begint al wanneer je de eerste ochtend je “devotion[1]” tijd hebt. Die met gelovigen van divers pluimage heel anders verloopt dan jij gewend bent. Zodat er bijvoorbeeld iemand op een keyboard door het gebed heen pingelt.

 

Toch leer je veel van zo’n week waarin bijna alles onvoorspelbaar verloopt. En je jezelf een aantal keren tegenkomt. Wat ongelooflijk opvalt is de houding en instelling van de lokale bevolking. Hun situatie is in westerse ogen niet al te best. Naar onze maatstaven hebben ze weinig, zijn ze arm. Materieel dan.

 

Maar ze betonen zich ongelooflijk blij met God. Ze zijn werkelijk en zonder reserves blij. Van binnenuit. Iemand van hen vroeg dan ook “Wie is er nou eigenlijk arm? Geestelijk arm. Wij, Ugandezen, of jullie in het rijke westen?

Ugandezen zijn heel authentieke mensen. Wat ze hebben delen ze met je en geven ze. Iets achterhouden voor zichzelf is er niet bij. En ze zijn zeldzaam handig en zelfredzaam. Van niks maken ze altijd nog iets.

 

Een van die “devotion”- ochtenden ging over de wonderbare visvangst. En over de vrucht van de Geest. We lezen Lukas 5: 1 – 9. Als veel mensen Jezus willen horen stapt hij in een bootje en geeft van daaruit onderricht. Na zijn toespraak geeft hij opdracht om te gaan vissen. Petrus acht dat volkomen kansloos: hij heeft de hele nacht gevist en er blijkt daar helemaal geen vis te zitten. 4 Maar zodra hij ophoudt met spreken zegt hij tot Simon: vaar hogerop naar het diepe en laat jullie netten neer voor een vangst! 5 Ten antwoord zegt Simon: meester, een hele de nacht zwoegen we en niets nemen we mee,- maar omdat u het zegt zal ik de netten neerlaten! 6 Ze doen dat en sluiten een veelheid vissen in, zó veel dat hun netten scheuren; Het tweede bootje moet langszij komen om de vis aan land te brengen, en dat gaat maar net goed.

 

Wat heeft die wonderlijke visvangst nu met de vrucht van de Geest te maken? Nou, kijk eens naar de opdracht die Petrus kreeg. Eigenlijk zoiets als “doe het eens anders. Gooi het (letterlijk hier!) eens over een andere boeg.” Stap eens uit je comfort zone. Dat moet je dan wel eerst willen. Als je werkelijk in de dienst van en voor God wil staan moet je het lef en de bereidheid en ook de “echtheid” hebben om je comfortabele leventje los te laten. Moet je onder ogen zien dat een leven van niet teveel nieuwigheden, geen dingen die je eng vind en geen onverwachte uitdagingen je niet verder brengt. Petrus leert de les snel. Hij stapt uit zijn vissermans-sleur en maakt dingen mee die ongelooflijk zijn.

 

Als wij voor anderen echt iets willen betekenen geeft Jesaja 58: 10 – 14 ons beeldrijke lessen. 10 Als je je zielsverlangen aanreikt aan de hongerige en de neergebogen ziel verzadigt; dagen zal in het duister je licht, je donker zal zijn als de middagzon. 1 De Ene zal je voortdurend geleiden, in dorre vlakten je ziel verzadigen en je beenderen versterken; worden zul je als een bevloeide hof, als een springader van water welks wateren niet liegen.

 

De vraag is: ben ik echt? Of ben ik ingedut bij het haardvuur, met snacks, de tv en een biertje bij de hand. Wil ik mezelf wegcijferen als God dat vraagt? Hoe kunnen we voorkomen dat we vast blijven zitten in ons eigen zo vertrouwde patroon? Ben ik bereid om God altijd de eerste plaats te geven? Als God zegt “gooi het net aan de andere kant uit” doen we dat dan? Dat resulteert in de vrucht van de Geest. De vrucht voor de medemens.

 

geschapen voor goede werken, 

die God heeft voorbereid opdat wij daarin zullen wandelen.

Ef. 2: 10

 

[1] Toewijding/zegening/heiliging