Preek zondag 30 april 2017


Vergeefs dat ge vroeg opstaat, laat pas gaat zitten,

en eet het brood der smarten:

 

Je komt soms van die bijbelteksten tegen die je bij nader inzien verbazen. Hoe mooi en toepasbaar ook, soms zit je toch met een vraagteken. Bijvoorbeeld met de tekst (Job 42: 5, 6) Van horen zeggen had ik van u gehoord,- maar nu heeft mijn oog u aanschouwd. Daarom herroep ik en heb ik berouw,- hier op stof en as!

Want als je dan teruggaat naar het begin (Job 1: 8) lees je dat God zelf van Job zegt (tegen satan): De Ene zegt tot de satan: heb je je hart wel gezet op mijn dienaar Job?- want er is niemand als hij op de aarde, een man die volmaakt en oprecht is, godvrezend en wars van kwaad!

 

Is dat niet raar? God die zelf Job warempel volmaakt noemt en Job die – God spreekt hem niet tegen! – kennelijk toch een tekortkoming bij zichzelf ziet. Is het misschien zo dat God Job op wie niks aan te merken was toch nog iets over Hemzelf kan en wil leren om daarmee Job op een hoger plan te brengen? God die de mens optilt tot een veel grotere hoogte?

 

Een tijdje geleden keken we naar de gemeente van Laodicea. De gemeente die van zichzelf zei ‘ik ben rijk en heb me rijk gemaakt en heb niets nodig’. Natuurlijk zouden wij zo een uitspraak nooit voor onze rekening nemen. Maar als we dan dus de vraag moeten overwegen “wat is het dan dat ons ontbreekt, wat is het wat wij wél nodig hebben”, dan schiet ons dat niet zo makkelijk te binnen. Een klassiek vergaderings-antwoord is wel dat bij vragen het antwoord in de bijbel te vinden is en dat serieuzer en meer biddend lezen van het Woord de oplossing zal geven. Blijft het antwoord uit? Meer van dat medicijn, en volhouden maar!

 

Of leggen we onszelf een juk op dat misschien te zwaar is? Is onze zelfwerkzaamheid ook wel eens contraproductief? Proberen we – met de beste bedoelingen – God te dwingen?

 

Een ding hebben wij maar nodig / Leer ons Heer dat in te zien. 

Veel daarnaast is overbodig, / is een juk te zwaar misschien,
waaronder een mens maar moet ploegen en zwoegen
om dan nog te missen het ware genoegen.

Verkrijg ik dit ene dat alles vervangt / dan vind ik geluk waar mijn hart naar verlangt.

Eins ist not, ach Herr, dies Eine, BWV 304; vertaling Ria Borkent

 

Zou het kunnen dat wij met al ons ‘zwoegen en ploegen’ het punt missen dat God het simpelweg zelf wil geven? Twee getuigenissen van twee grote christenen lijken daarop te wijzen.

 

Enkele dagen na de dood van Blaise Pascal in 1662 vond men in de voering van zijn kleed een klein opgevouwen perkament. Het document begint met de woorden: Het genadejaar 1654, maandag 23 november…vanaf ongeveer half elf ’s avonds tot half één ’s nachts. Vuur: God van Abraham, God van Izaäk, God van Jakob, niet der filosofen en geleerden. Zekerheid, Zekerheid, Gevoel, Vreugde, Vrede God van Jezus Christus.”

 

En de Engelse apologeet C.S. Lewis schreef “You cannot go on ‘explaining away’ for ever: you will find that you have explained explanation itself away. You cannot go on ‘seeing through’ things for ever. The whole point of seeing through something is to see something through it.”

 

(‘Je kunt niet voor altijd maar blijven uitleggen en verklaren; je zult er achter komen dat je de uitleg zelf hebt weg-verklaard. Je kunt niet altijd maar bezig zijn met de dingen nog beter te doorzien; het hele punt waarom je iets wilt doorzien is toch om er uiteindelijk ook echt iets door te zien.‘)

 

Psalm 37: 3, 4: 3Bouw op de Ene, doe wat goed is, bewoon de aarde en wees trouw; 4heb vreugd in de Ene en hijzelf zal je geven de wens van je hart.

 

want hij geeft aan zijn liefste de slaap.

Psalm 127: 2