Preek zondag 23 april 2017


Die ons voedt bij duizendtallen, /

ons geluk ten deel doet vallen, / stelt zich ook voor mij garant.

 

Een vorige keer dat we een stukje van Abram’s leven onder de loep namen (zie preek zondag 19 februari 2017) ging het over de ruzie die uitbrak tussen de herders van Lot en van Abram. Abram verkoos toen de meest wijze persoon te zijn. Hij toonde zich onpartijdig, vredelievend en genereus.

 

Enige tijd later doen vier koningen uit Mesopotamië een inval in Kanaän. Ze verslaan vijf Kanaänitische koningen en nemen Lot – zoon van Abram’s broer – gevangen. Abram formeert een strijdmacht en weet de Mesopotamiërs te achterhalen en te verslaan. Hij bevrijdt Lot, maakt krijgsgevangenen en weet alle geroofde goederen terug te krijgen.

 

Als Abram zegevierend terugkeert van zijn veldtocht komen hem twee koningen tegemoet.

 

De eerste die hem ontmoet (Gen. 14: 18) is Melchizedek, koning van Salem en priester van God, de Allerhoogste. Melchizedek brengt Abram brood en wijn. Een gift voor een koninklijk feest ter ere van Abram. 18 Melchizedek,- koning van gerechtigheid, de koning van Sjaleem, heeft naar buiten gebracht: brood en wijn; hij is priester voor God-in-den-hoge. 19 Hij zegent hem en zegt: gezegend Abram voor God-in-den-hoge, de stichter van hemelen en aarde!- 20 en gezegend God-in-den-hoge die je benauwers overleverde in je hand!

En hij (Abram) geeft hem (Melchizedek) een tiende van alles.

 

Melchizedek houdt Abram voor dat hij de overwinning aan God te danken heeft. We zien daarin de belofte terug die God eerder deed aan Abram (12: 3): ik zal zegenen wie jou zegenen en wie jou verwenst zal ik vervloeken; Melchizedek herinnert Abram aan Gods onverbrekelijke belofte. Abram dankt zowel zijn vele bezittingen als zijn overwinning aan God alleen. En als reactie geeft Abram een tiende deel van de oorlogsbuit via Melchizedek aan God. Uit dankbaarheid.

 

Hoe lang is het geleden dat wij God dankbaar waren voor het goede dat we van Hem krijgen? Voor huis en eten? Voor ons besteedbaar inkomen? Voor vrede en veiligheid?

 

Alles, alles is gelegen / aan genade, aan Gods zegen; / welvaart komt bij Hem vandaan.

Allen die de Here vrezen / zullen onaantastbaar wezen, / daar zij in Gods vrijheid staan.

 

Maar dan komt de tweede koning. Koning Bera, van Sodom. ‘Nooit ligt de verleiding sterker op de loer dan na een klinkende overwinning’ wordt wel gezegd. Sodom’s koning doet Abram een voorstel:

 

21 De koning van Sodom zegt tot Abram: geef mij de levende zielen; en het bezit, neem dat voor jezelf!

 

Abram reageert heel beslist! Hij peinst er niet over om ook maar voor een sou in de schuld te staan bij deze wereldlijke vorst. Abram geeft de eer voor overwinning en welvaart aan ‘God-in-den-hoge’ (Ēl ʿElyōn) alleen. Uit menselijk oogpunt bezien was een politieke deal misschien zo vreemd nog niet. Maar duidelijker kan het niet worden gezegd: 22 Maar Abram zegt tot de koning van Sodom: ik heb mijn hand geheven tot de Ene, God-in-den-hoge, de stichter van hemelen en aarde: 23 áls ik ooit, van touwtje tot schoenriem, áls ik ooit iets aanneem van al wat van u is!- u zult niet zeggen: ‘ik heb Abram rijk gemaakt’,-

 

Abram is er volkomen van overtuigd dat God hem kan en zal geven wat Hij beloofde, en dat gebaseerd op Gods belofte uit Gen. 12: 1, 2: 1 Dan zegt de Ene tot Abram: ga, jij, weg uit je land, uit je geboortetent en uit het huis van je vader,- naar het land dat ik je zal doen zien; 2 ik zal je maken tot een groot volk, ik zal je zegenen, ik zal groot maken jóuw naam; word een zegen!-

 

Drie dingen zijn ook voor ons heel belangrijk in de praktijk van alledag:

  • Dat we ons bewust zijn van Gods oneindige trouw;
  • Dat we God danken voor zijn voorzienigheid en goede gaven;
  • Dat we ons blijven realiseren dat Gods beloften zekerder zijn dan die van aardse stervelingen.

 

Die mijn leven leidt op aarde / en mij wonderwel bewaarde /

reikt al helpend mij zijn hand.