Preek zondag 26 maart 2017


niet bij brood alleen zal de mens leven,

 

Lees je bijbel, bidt elke dag”. Een charmant kinderliedje. Hoewel, kinderliedje? De boodschap ervan kunnen we allemaal ter harte nemen. Wil je als gelovig christen stevig in je schoenen staan, dan kom je er niet met louter je gevoel. Op z’n minst moet je dat gevoel normeren aan het uitgangspunt: de bijbel. Dat kun je doen door een onderwerp bij de kop te pakken en vervolgens de bijbel navlooien op informatie rondom dat onderwerp. Of – en misschien werkt dat wel beter nog – je neemt een Bijbelboek, leest dat een paar keer integraal door en vraagt je vervolgens af wat dat boek te zeggen heeft.

 

Stel je begint op die manier het boek – de brief eigenlijk – aan de Hebreeën te lezen. En je neemt ook nog een goede uitleg van dat boek ter harte. Wat leer je dan?

 

Het boek is geschreven aan gelovigen uit de Joden, om hen een hart onder de riem te steken. Om hun geloof in de Heer Jezus hadden ze veel vijandschap van hun volksgenoten te verduren. Door smaad en verdrukking waren ze een schouwspel geworden. Hun bezittingen werden hun ontroofd, maar ze hadden deze roof met blijdschap aanvaard (Hebr. 12:32-34), omdat hun oog op het blijvende bezit in Christus was gevestigd.

Maar de lijdensweg duurde lang, de handen werden slap en de knieën verlamden. Ze dreigden terug te keren tot het Jodendom, tot de oude rituelen. Sommigen van hen kwamen niet meer in de samenkomst.

De christenjoden hadden bemoediging nodig en daarom werd deze brief aan hen geschreven. Hun oog werd gericht op de Heer Jezus en op de betere dingen. Zevenmaal wordt de Heer Jezus hierin als Hogepriester voorgesteld; tien keer wordt het oog gevestigd op het betere, dat hun deel geworden was nu ze christenen waren en dertien maal weerklinkt de oproep “laten wij” of “laat ons” als een aansporing de ingeslagen weg te vervolgen, met alle voorrechten daaraan verbonden.

 

Tegen die achtergrond zijn er heel wat op het eerste gezicht lastige teksten goed te plaatsen. Een korte synopsis laat zien dat steeds de Heer Jezus centraal wordt gezet:

 

Dan laat ik hetgeen overbodig is gaan, neem Jezus als enige nodige aan.

 

  • Hfdst 1: hier staat de Zoon van God centraal. En daarmee ligt de nadruk meteen op de kern van het christelijk geloof: Jezus Christus, Hij is de Eerstgeborene.
  • Hfdst 2: de Heer Jezus is de Overste Leidsman die een barmhartig en getrouw Hogepriester is voor zijn volk dat Hij verzoend heeft met God
  • Hfdst 3: de heer Jezus is de apostel en Hogepriester van onze belijdenis, en meer dan Mozes
  • Hfdst 4: Christus geeft ware rust, en gaat Jozua te boven. En Hij snapt onze zwakheden.
  • Hfdst 5: Christus is meer dan Aaron, de oudtestamentische Hogepriester.
  • Hfdst 6: Christus is meer dan Abraham aan wie God beloften gaf.
  • Hfdst 7: Christus lijkt op Melchizedek. En daarmee is hij borg van een verbond dat verder reikt dan het oude verbond dat God sloot met Israel.
  • Hfdst 8: de Heer Jezus sluit met Israel een toekomstig verbond (: 10) ik zal mijn wetten een plaats geven in hun denken en ze schrijven op hun harten; (zie ook Jer. 31: 31-34)
  • Hfdst 9: Christus heeft een eeuwige verlossing verworven. De offers in het Oude Testament waren onvolmaakt. Het offer van Christus daarentegen is volmaakt.
  • Hfdst 10: De offers in het Oude testament hadden op zich geen waarde. Die waarde ontlenen ze aan het offer van Christus. Alle eerdere offers wijzen daarnaar vooruit.
  • Hfdst 11: Een beschrijving van geloofshelden uit het Oude testament. Maar de vervulling van Gods beloften maakten ze niet mee. Die vervulling ligt vast in Christus en in Hem alleen.
  • Hfdst 12: Hou vol zegt Paulus (: 2) ziende op de overste leidsman en voleinder van het geloof: Jezus; voor de vreugde die voor hem lag heeft hij volhard onder een kruis en schande niet geacht;
  • Hfdst 13: de Heer Jezus is het ware zondoffer; Hij is (: 8) de Onveranderlijke. Hij leed buiten de poort, en ook (: 14) wij hebben hier geen blijvende stad, nee, wij zoeken de toekomstige.

 

Misschien is het een idee om zo ook eens een Bijbelboek te bestuderen. En dat kan ons nog wel eens van pas komen ook. We zouden best eens in het nauw kunnen komen.

 

Als de Wit-Russische betoger (tegen Loekasjenko), die – recent op de televisie – voorzag dat ‘ie wel eens in het gevang zou kunnen belanden. Uit voorzorg stak hij twee zaken bij zich: wc-papier en een Bijbel. Die zaken verwachtte hij in de nor niet aan te treffen.  

 

maar bij alle spreken dat voorbijtrekt door de mond van God

Mattheüs 4, 4