Preek zondag 26 februari 2017


wie moet ik zenden, wie zal voor ons gaan?-

 

In de geschiedenis van Samuel liggen parallellen opgesloten met onze tijd. Samuel trad op in een tijd van moreel zowel als geestelijk verval. En ook zie je in Samuels geschiedenis parallellen met de geschiedenis van de Heer Jezus.

 

We lezen 1 Samuel 1; 1 Samuel 2, 9 – 10; 1 Samuel 2, 12 – 17; 1 Sam. 2, 21; 1 Sam 3, 3; 2 Tim. 3, 1 – 5; 2 Tim. 4, 3 – 4; 1 Sam. 3, 8 – 18; Hebr. 10, 5 – 9; 1 Sam. 7, 3 – 10.

Samuel was een profeet uit de tijd van koning Saul. Tevens was hij een tijdlang richter van de Israëlieten en bovendien priester.

Hij was een zoon van Elkana en Hanna. Elkana had nog een tweede vrouw, Penina, waarbij hij kinderen had. Penina haalde bij Hanna het bloed onder de nagels vandaan haar kinderloosheid. Hanna bad God om een zoon. Als Hij haar gebed zou verhoren zou Hanna haar zoon aan God teruggeven. Toen Samuel oud genoeg was bracht zij hem naar de priester Eli in Silo, om dienst te doen in de tabernakel.

Daar werd hij ’s nachts door God geroepen om dienst te doen voor hem. Na de dood van Eli en zijn zonen ging Samuel in Rama wonen, waar ook zijn ouders woonden.

 

Het moreel verval zien we weerspiegeld in Penina’s gepest. Ze was er jaloers op dat Elkana meer hield van Hanna dan van haar.

En het geestelijk verval lezen we in de beschrijving van de offerdienst die door de zonen van de priester werd verricht. Ze trokken zich van God niks aan en gebruikten alles van de offerdienst voor eigen voedsel en gewin. Dat het slecht met hen zal aflopen voorzegt Hanna al in haar gebed (1 Sam 2: 10): de Ene: verbroken worden wie met hem twisten, over zo een laat hij het donderen in de hemel, de Ene oordeelt de einden der aarde;

Zo een moreel verval voorzegt Paulus in zijn tweede brief aan Timotheüs (3: 5): ze hebben de schijn van vroomheid maar verloochenen de kracht daarvan; keer je van hen af!

In soortgelijke bewoordingen voorzegt Paulus ook het geestelijk verval (4: 3): Want er zal een tijd zijn dat ze de gezonde leer niet zullen verdragen, maar omdat ze jeuk krijgen aan het gehoor zich naar hun eigen verlangens leraren zullen opstapelen,

 

In tijden van moreel en geestelijk verval spreekt God door bereidwillige dienaren die duidelijk maken waar het bij Gods kinderen om moet gaan:

 

Trouw is het eerste begrip.

De ouders van Samuel gingen jaarlijks trouw naar de tempel om God te aanbidden. Die trouw wordt ook van ons verwacht. Laten we niet vervallen in de fouten van Eli’s zonen. Want hoewel hun vader de misstanden wel benoemde, trokken Chofni en Pinchas zich er niks van aan. God greep in: beide zonen zowel als hun vader Eli stierven.

 

Toewijding is een volgend beginsel.

Als Samuel gespeend is en in de tempen zijn dienst gaat doen brengt zijn vader drie offers (vgl. Ex. 29):

  • Een brandoffer, waarin een liefelijke reuk voor God opstijgt
  • Een spijsoffer waarin de volmaaktheid van de heer Jezus wordt gezien, en een
  • Wijnoffer dat de vreugde weerspiegelt waarvan ook wij in de eredienst mogen genieten. Vlg. Psalm 122.

 

Geestelijke groei hoort normaal te zijn. (1 Sam. 2, 26):

De jongen Samuel wordt intussen gaandeweg groot en goed,- zowel bij de Ene als bij de mensen. Vrijwel identieke woorden lezen we van de heer Jezus (Lukas 2, 52). En die gezindheid moet ook in ons te zien zijn (Fil. 2, 5 – 9).

 

Bereidwilligheid is een voorwaarde.

Driemaal wordt Samuel geroepen. En driemaal reageert hij erop: en Samuël zegt: spreek, want uw dienaar hoort! In Hebreeën 10 zegt de heer Jezus vrijwel hetzelfde: ‘zie, ik kom om uw wil te doen!’ Als wij ons ook bereidwillig tonen onder Gods leiding zijn we tot zegen en worden we gezegend.

 

Samuel was een profeet, hij was de laatste richter en introduceerde het koningschap en hij trad op als middelaar (1 Sam 7, 3 – 10). Dat alles deed de heer Jezus ook.

 

Laten we Samuels geschiedenis als voorbeeld nemen voor ons persoonlijk geloofsleven.

 

en ik zeg: hier ben ik, zend mij!

Jesaja 6:8