Preek zondag 15 januari 2017


God roept ons, broeders, tot de daad, zijn werk wacht; treedt dan aan,

en weest gereed om elke weg, die Hij u wijst, te gaan.

 

Wat doen we als God ons roept? Op een Muskathlon bijeenkomst sprak de inleider over de roeping van Jirmejahoe. Een profeet die leefde onder de laatste koningen (Josjiahoe, Jehojakiem en Tsidkiahoe) van de staat Juda, te oudtestamentische twee-stammenrijk naast Israel.

 

Jirmejahoe woonde in Anatot, een klein plaatsje onder de rook van Jeruzalem. Anatot was een van de priestersteden van de stam Benjamin.

 

Jeremia leefde dus aan het einde van het zelfstandig bestaan van Juda. Zijn taak was om de Judeeërs steeds maar weer te herinneren aan Gods rechtsregels, en hen erop te wijzen dat ze die regels collectief en compleet veronachtzaamden. Het doet sterk denken aan het boek “rechters”, waarin ook constant het volk eigen wegen gaat, in de problemen komt en alleen weer verder kan als God genade betoont en een rechter stuurt die hen uit de moeilijkheden bevrijdt.

Jeremia kreeg tot taak het einde van Juda aan te kondigen. Onder koning Tsidkiahoe werd het volk met zijn leiders afgevoerd naar Babel.

 

God roept Jirmejahoe met een paar opmerkelijke zinnen (Jer. 1: 3):

 

  • al voordat ik je in de moederschoot formeerde wilde ik je kennen,
    God kent ons al van voor de conceptie! God stuurt; Hij is niet afhankelijk van toevallige omstandigheden.
  • en voordat jij uit de baarmoeder wegtrok heb ik je geheiligd,-
    Het is alsof je psalm 139 leest! Voor zijn geboorte was Jirmejahoe geheiligd, was hij door God apart gezet voor zijn latere dienst. Jeremia is hier ook een beeld van Jezus. Ook hij was van tevoren apart gezet. Hebr. 10: 9a (vgl. Psalm 40: 7, 9): daarna heeft hij gezegd: ‘zie, ik kom om uw wil te doen!’. En ook Hebr. 13: 12, waar Jezus op een apart bepaalde plaats zijn lijden volbrengt: Daarom heeft ook Jezus, om door zijn eigen bloed de gemeente te heiligen, buiten de poort

 

Ook voor ons als christenen geld dat we geroepen zijn om Gods woord in de wereld te laten weerklinken. God wil ons gebruiken. Wij zijn geroepen dienaren:

  • Dienen is een opdracht (1 Kron. 28: 20): wees sterk en stevig, doe het!- vrees niet en versaag niet,- want de Ene, God, mijn God, is met jou, hij zal je niet begeven en je niet verlaten tot aan de voltooiing van alle werk voor de eredienst in het huis van de Ene;
  • Dienen maakt je groot (Matth. 20: 26): wie bij jullie groot wil worden zal jullie bediende zijn,
  • Doe taken die niemand wil doen (Joh. 13:  …dat hij zich opricht van de maaltijd, zijn kleren aflegt, een linnen doek neemt en zich daarmee omgordt. Vervolgens werpt hij water in het wasbekken en begint de voeten van de leerlingen te wassen en af te drogen met de linnen doek
  • Wie dient volgt Christus na (Fil. 2: 5): Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,-

Jeremia (1: 6) werpt God tegen dat hij jong is. Als ooit Mozes die zich ook onbekwaam achtte. Maar in die beide gevallen hield God voet bij stuk. Hij belooft ons zijn eeuwige en eindeloze steun (Matth. 28: 20): zie, ík ben met u, al de dagen, tot aan de voleinding van de wereldtijd!

 

Jeremia zag een amandeltak. Een lentebloesem. Teken van hoop. En van vernieuwing. Jeremia had een onmetelijk zware bediening, zo blijkt als we zijn profetie helemaal lezen. Maar aan het eind staat God. Die zijn profeet gebruikt om het plan te volvoeren. Want, zegt God)Jer. 1: 12): dat heb je goed gezien,- want ik waak over mijn woord om dat te doen!

Want:

 

“God is getrouw, zijn plannen falen niet, Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen.”

(PsalmenGezNH1938: 130)

 

Wij weten dat, wat komen mag. toch hij slechts wint, die waagt,

en, wie zichzelve geven wil, door ’t donker vlammen draagt.

PsalmenGezNH1938: 121