Preek zondag 8 januari 2017


Nog kent geen mens het wat en hoe,

 

 

Het is een klassieke opmerking: “Voorspellen is moeilijk. Vooral het voorspellen van de toekomst.” Op 1 januari hadden we het over de vraag “wat gaat de toekomst ons brengen?” Het meest simpele antwoord is dan dat we dat niet echt weten: het is namelijk in diezelfde toekomst verborgen.

 

Maar wij weten wel Wie voor ons de toekomst open doet. Dat is God zelf Hij die aan Israel trouw bewees door hen uit Egypte te bevrijden. God nam zijn volk bij de hand (Ex. 13: 21): terwijl de Ene voor hun aanschijn uit gaat, overdag in een wolkzuil om hen te geleiden op de weg en ’s nachts in een zuil van vuur om hun bij te lichten,- om voort te gaan des daags en des nachts.

 

En als Israel – op Gods aanwijzing! – rondom is ingesloten door de achtervolgende Egyptenaren is er menselijkerwijs geen enkele oplossing meer. Ze zullen in de pan gehakt worden. Mozes steekt het volk een hart onder de riem met zijn woorden (Ex. 14: 14): de Ene zal voor u strijden en ú hebt te zwijgen! En God doet wat in geen enkel menselijk plan zou zijn opgekomen: Hij splijt de zee zodat Israel verder kan op de zeebodem. Als de Egyptenaren hen achtervolgen vloeit het water terug en komt heel het leger om.

 

Zou zoiets nu niet opgeslagen worden in het collectief geheugen van het volk Israel? Kennelijk niet, als je de profeet Jesaja leest. Het volk Israel zit opnieuw in de penarie. God zijn ze zo ongeveer vergeten. In hoofdstuk 43 betuigt Hij hen zijn liefde. En hij belooft (Jes. 43:16 – 18 ) Israel opnieuw te zullen redden. En God sluit aan bij wat Hij eerder al deed (in Ex 13 en 14): Zo heeft gezegd de Ene die een weg door de zee gaf,- door machtige wateren een pad, die wagen en paard deed uittrekken, krijgsvermogen en legermacht: tezamen lagen ze daar, stonden niet meer op, uitgeblust waren ze, als een vlaspit gedoofd. Gedenkt niet wat eerder was,- tracht niet alles van vroeger te verstaan:

 

En dan zegt God dat Hij in de nieuwe omstandigheden opnieuw de oplossing zal geven, ook al ziet niemand een uitweg. Jes. 43:19): zie, ik ga iets nieuws doen, het ontluikt nú, hebt ge het nog niet onderkend?- ja, ik leg in de woestijn een weg, in de woestenij rivieren;

 

Dezelfde belofte doet God aan het eind van zijn Woord, in Openbaring 21: 5 – 7: En die op de troon zat zei: zie, ik maak alle dingen nieuw! En hij zegt: schrijf: deze woorden zijn betrouwbaar en waarachtig! En hij zei tot mij: het is geschied; ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde; ik zal de dorstige geven uit de bron van het water des levens, om niet; wie overwint zal deze dingen beërven, en ik zal hem een God zijn en hij zal mij een zoon zijn;

 

In het boek Ezechiël lezen we van dat levenswater van de nieuwe tempel. Water dat een steeds grotere beek wordt. Waar langs de oevers bomen groeien. Waarin heel veel vissen leven. En dat water zal alles waarheen de beest stroomt gezond maken. Ez. 47: 12: aan de beek zal opschieten, op zijn oeverlip aan de ene kant en de andere kant, allerlei geboomte om van te eten,- welks blad niet verwelkt en welks vrucht niet opraakt: elke maand draagt het eerstelingen, want zijn waterstromen, uit het heiligdom komen die voort; zijn vrucht zal er zijn om te eten en zijn blad tot genezing!

 

We kunnen deze geschiedenissen heel goed vertalen naar vandaag de dag. En naar ons eigen leven als christen. Ook wij voelen ons soms met de rug tegen de muur staan. Al het uitzicht is ons ontnomen. We kunnen – iedereen – in de knel komen.

 

Maar God wil dan nieuwe wegen laten zien, die wijzelf niet bespeurd hadden. Waar het om gaat is: leven uit geloof. Juist als de omstandigheden moeilijk zijn moeten wij blijven kijken met gelovige ogen. Zoals eens Petrus toen hij Jezus over het water zag lopen. En zei (Matth. 14: 26): heer, als u het bent, beveel mij over de wateren tot u te komen! Petrus zette een stap in het geloof! En dat is wat discipelen van de Heer moeten doen. Dagelijks leven uit geloof dat God de toekomst opent.

 

gij moogt vertrouwend lopen: God doet de toekomst open.  

 

Uit gezang 367, LvdK 1973