Preek zondag 20 november 2016


Komt in zijn poorten met een danklied, in zijn voorhoven met een psalm,

 

 

Het woord ‘aanbidden’ heeft volgens het woordenboek de betekenissen vereren, liefhebben, beminnen. En daar gaat het ook bij ons christenen om, als wij God vertellen hoeveel we van Hem houden.

 

Als we beginnen de bijbel te lezen bij het scheppingsverhaal in Genesis 1, lezen we over de schepping van de mens. Die mens heeft heerschappij gekregen over alles wat God schiep. Die mens was Gods beelddrager. En zijn opdracht – het doel van de schepping – was om God te vereren.

 

Maar dat liep anders, zoals we weten. De mens kon vrij kiezen, en koos verkeerd. Dat was tegen Gods wil, maar daarom nog niet buiten Zijn wil om (vrij naar Augustinus). Om Zijn onveranderlijke raadsbesluiten te volvoeren, paste God zijn plannen aan. Als het kwaad (Gen. 6: 5) alle spuigaten uitloopt, creëert God een nieuw begin. Hij oordeelt de aarde, maar kiest Noach om met hem opnieuw te starten (Gen. 6: 8).

 

Maar ook dat liep spaak. Als de mensen een toren gaan bouwen om hun lot geheel in eigen hand te nemen grijpt God opnieuw in en verspreidt Hij hen over heel de aarde (Gen. 11: 9). Weer maakt God een nieuwe start, met Abram dit keer (Gen. 12). God belooft Abram tot een groot volk te maken (Gen. 15: 5). Dat grote volk kreeg de opdracht (Ex. 19: 6a): gíj zult mij een koningshuis van priesters worden, een volk van heiliging!- Heel Israel was voorbestemd om een volk van priesters te zijn. Een volk dat God aanbad en de eer bracht die Hem toekwam. Maar het volk Israel was vuurbang toen God sprak vanaf de berg Sinaï (Ex. 20: 19): Ze zeggen tot Mozes: spreek jij met ons en we zullen horen; laat niet God met ons spreken, anders zullen we sterven! In onze woorden: Mozes, wil alsjeblieft bemiddelen tussen God en ons. Wij durven niet rechtstreeks met God te communiceren.

 

Er kwam een systeem met een priesterkaste, maar oorspronkelijk was dat dus niet de bedoeling van God. Als de Heer Jezus spreekt met de Samaritaanse vrouw (Joh. 4: 20 – 24) en zij vraagt waar de juiste plaats om te aanbidden wordt gevonden zegt Jezus nee, het uur komt en is er nu dat de waarachtige aanbidders de Vader zullen aanbidden in geestkracht en waarachtigheid, want naar hen die hem zó aanbidden is de Vader op zoek; God is geestkracht, en wie hem aanbidden moeten aanbidden in geestkracht en waarachtigheid!

Bij de kruisiging van de Heer Jezus scheurde de voorhang in de tempel van boven naar beneden (Matth. 27: 51). Mensen konden rechtstreeks naderen tot God, omdat God die weg opende.

 

En vanaf dat moment ziet God de mensen die geloven dat Zijn Zoon hun zonden droeg als (1 Petrus 2: 5): een heilige priesterschap voor het opdragen van geestelijke offers die welaangenaam zijn voor God, door Jezus Christus. En in vers 9 van hetzelfde hoofdstuk zegt God: Maar gij zijt ‘een uitverkoren generatie, een koninklijke priesterschap, een heilig volk, een gemeente ten eigendom’ (Ex. 19,6), om de deugden te verkondigen van hem die u uit het duister heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht;

 

Als christenen aanbidden we God. We doen dat vanuit ons hart omdat we niet anders kunnen. We doen dat gezamenlijk op zondag, opdat ge sterk genoeg zult zijn om samen met alle heiligen te bevatten wat de breedte, lengte, hoogte en diepte is, en om de alle kennis overtreffende liefde van de Gezalfde te kennen, opdat ge vervuld moogt worden tot aan heel de volheid van God. (Ef. 3: 18, 19).

 

Liederen die we zingen en gebeden die worden uitgesproken ondersteunen de aanbidding. Maar de aanbidding zelf komt voort uit ons hart. Zoals bijvoorbeeld Paulus niet anders kan dan jubelen (Rom. 11: 33): O diepte van rijkdom en wijsheid en kennis van God!- hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en onnaspeurlijk zijn wegen! Of Daniel, die niet anders kan dan uitroepen (Dan 2: 20): zij de naam van God gezegend van eeuwigheid tot eeuwigheid; want wijsheid en kracht, van hem zijn die;

 

Priesters zijn we allemaal. En dus aanbidders.

 

Die aanbidding is niet noodzakelijk iets met veel geluid en klinkende cimbalen. Met psalm 65: 1: U komt toe stilheid, een lofzang!, o God op Sion; aan u worde betaald een gelofte.

 

 

brengt dank aan hem, zegent zijn naam!