Preek zondag 18 september 2016


kome úw koninkrijk,

 

In Nederland leven we in een koninkrijk. Maar op Prinsjesdag zie je dat anderen regeren.

In Bijbelse tijden was dat anders. Daar had de koning in persoon de regeringsmacht.

 

Bij de schepping kreeg de mens van God het gezag over heel de aarde. God maakte alles zeer goed. De dag dat God rustte van zijn scheppingswerk was tevens de eerste dag van ’s mensen heerschappij. Maar het ging met die heerschappij niet goed. De mens was niet van plan om God te gehoorzamen en hem onderdanig te zijn. Hij trok zijn eigen plan. En God verjoeg de mens uit het paradijs.

 

God gaf zijn plannen met de mens niet op. Hij wil een volk dat op de allereerste plaats hem dient. En God kiest zich Israel als dat volk. Maar ook dat loopt verkeerd af. Als ten tijde van de profeet Samuel Israel een koning wil en Samuel dat verlangen met afschuw aan God voorlegt, zegt God (1 Sam. 8: 6): geef gehoor aan de stem van de gemeente in al wat ze tot je zeggen; want niet jou hebben zij gesmaad maar van mij hebben zij het versmaad om koning over hen te zijn.

 

En toch wil God nog steeds een koninkrijk. Met mensen die hem erkennen en gehoorzamen. Vierhonderd jaar nadat de laatste oudtestamentische profeet heeft gesproken, treedt er opnieuw een profeet op in Israel. Het is Johannes de Doper. Hij roept op tot bekering, want genaderd is het koninkrijk der hemelen! zo zegt hij.

Israel leefde toentertijd onder Romeinse overheersing. En het volk was sterk gefocust op bevrijding van die overheersing, net als ooit op de bevrijding – onder Mozes – van de ballingschap in Egypte. God bevrijdde het volk uit Egypte en sloot met hen een verbond.

 

Als Mozes dan Gods geboden en regels aan het volk voorhoudt zeggen ze eenstemmig al de woorden die de Ene heeft gesproken zullen we doen! Maar daar kwam in de praktijk niks van terecht. Of misschien beter: daartoe was geen enkel mens in staat. Het probleem – de overtreding van Gods geboden, en dat heet zonde – was onoplosbaar.

 

En dan spreekt Johannes de Doper als hij Jezus ziet: en hij zegt: zie, het lam van God dat wegdraagt de zonde der wereld!- Zo zijn er dus twee aspecten als het gaat om de komst van Gods zoon in de wereld. Hij was de in het oude testament vele malen aangekondigde koning. Maar een koning die zijn leerlingen bezweert (Matth. 16: 20 – 23): om aan niemand te zeggen dat híj de Gezalfde is. Van dán af begint Jezus aan zijn leerlingen te tonen dat hij moet afgaan op Jeruzalem en vele dingen lijden van de oudsten, heiligdomsoversten en schriftgeleerden, ja gedood zal worden,- en ‘ten derden dage’ (Hos. 6,2) zal worden opgewekt. Petrus neemt hem bij zich en begint hem ernstig te bezweren, zeggend: zoek verzoening heer, dát zal het voor u niet zijn!

 

De Messias zal zijn koninkrijk binnengaan door een verschrikkelijke dood. En zij die hem willen volgen – en geroepen zijn om zijn werk uit te dragen – moeten erop rekenen dat hun koninklijke taak op dezelfde manier volbracht zal worden.

 

De oudtestamentische beloften van het koningschap hebben betrekking op het koningschap van de heer Jezus (Jes. 9: 5, 6): Want een kind is ons geboren, een zoon aan ons gegeven, nu komt de heerschappij op zijn schouder; men zal als naam voor hem roepen: wonderbare raadsman, heldhaftige God, vader voor immer, vredevorst!, voor heerschappij over velen en vrede zonder einde op de troon van David en over diens koninkrijk, om dat te bevestigen en te schragen met recht en gerechtigheid,- van nu af en tot in eeuwigheid;

 

In Mattheüs 13 staan een aantal gelijkenissen over dat koninkrijk. Ze worden uitgesproken door de Messias zelf. De leerlingen vinden het maar raar dat Jezus in zinnebeelden spreekt. En ze vragen naar het waarom daarvan. Dan geeft Jezus als antwoord (Matth. 13: 11): omdat het u gegeven is de geheimenissen van het koninkrijk der hemelen te kénnen, maar hún is dat niet gegeven;

 

Het was de missie van de Heer Jezus om onderdanen in zijn koninkrijk te hebben. Hijzelf was het graan dat in de aarde viel. Op sommige plekken kwam het niet op omdat de ondergrond niet deugde of omdat het werd weggepikt door de vogels. De boodschap ervan voor zijn leerlingen alleen.

 

Maar ook zij begrepen niet dat er eerst een oplossing voor het probleem van de zonde moest komen, alvorens er van een koninkrijk sprake kon zijn. Petrus neemt Jezus apart en spreekt hem bestraffend toe, als Jezus spreekt over zijn lijden en opstanding.

 

Een koninkrijk wilden ze wel. En verwachtten ze ook. In de onderlinge discussies werd de tafelschikking al besproken! Maar lijden? Sterven? De leerlingen hadden er geen enkel beeld bij. Zelfs bij de verheerlijking op de berg wil Petrus daar wel blijven: hij stelt voor om drie tenten te bouwen. Maar dat Jezus de opdracht had om naar Jeruzalem te gaan en daar te sterven speelde geen enkele rol in Petrus’ verwachtingen.

 

En toch was de gang naar het kruis de enige weg naar het koninkrijk die in het oude testament was voorzegd. Een koninkrijk dat in geen enkel opzicht lijkt op welk aards koninkrijk dan ook. Een koninkrijk dat niet stoelt op macht. Maar op een koning die zichzelf offert. Het verhaal van de Messias is een liefdesverhaal. Als Jezus na zijn opstanding aan de Emmaüsgangers uitleg geeft zegt hij (Lukas 24: 25 – 27): o onverstandigen, te traag van hart om te geloven op grond van alles wat gesproken hebben de profeten!- moest de Gezalfde niet dat alles lijden, en (zó) binnengaan in zijn heerlijkheid? En beginnend bij Mozes en bij alle profeten, legt hij hun uit wat in alle geschriften over hem gaat.

 

In de gelijkenissen van Mattheüs 13 wordt gesproken over de verborgenheid van het koninkrijk, zoals we al zagen.

 

  • Bij de zaaier (hfdst. 13: 18 – 23) gaat het om vrucht dragen. Heel wat mensen horen de boodschap wel maar doen er vervolgens niks mee. Maar die in de góede aarde is gezaaid, dat is hij die het woord hoort en het verstaat,- die dan ook vruchtdraagt en honderd-, zestig- en dertigvoudig aanmaakt!
  • Bij het goede en slechte zaad in één akker zien we dat er soms weinig onderscheid is tussen hen die christen zijn en die dat niet zijn. Eerst op de oordeelsdag wordt het onderscheid volstrekt helder. Die boodschap lezen we eveneens in de gelijkenis van het sleepnet.
  • Mosterdzaad en zuurdeeg laten iets zien van een klein begin met een grote uitwerking. Zo zal uiteindelijk Gods rijk ook allesomvattend zijn.
  • De schat verborgen in de akker en de kostbare parel stellen ons de vraag of wij alles willen verkopen om de schat / de parel te verwerven. Dat brengt ons terug bij de vraag of wij werkelijk de koning willen gehoorzamen en ons aan hem willen onderwerpen. De uiteindelijke toetssteen is dan (Matth. 16: 24): Dán zegt Jezus tot zijn leerlingen: als iemand dat echt wil, achter mij komen, moet hij zichzelf verloochenen en zijn kruis optillen, en zó mij volgen!-

 

Als wij voor onszelf de kosten berekenen is de prijs altijd te hoog. Maar bij God is mogelijk wat bij ons mensen onmogelijk is. En overgave is dan de stap die we moeten zetten. Een sprong in het geloof. Een sprong die met redeneren en afwegen niks te maken heeft. De sprong, de overgave, komt immers voort uit geloof!

 

En het koninkrijk komt eraan! We lezen erover in het laatste Bijbelboek, de Openbaring. Zie bijvoorbeeld hoofdstuk 11: 15, 17; hfdst 15 : 3; hfdst 19: 12 – 16.

 

De Heer Jezus kwam om zondaars te redden. En om koning te worden.

 

Hoe beleven wij anno 2016 de aanwezigheid van de koning? Als op grote afstand en ver weg?

 

Daar boven in de hemel, ver van het aards gewemel, is Jezus, onze Heer. 

 

Of is hij dagelijks bij ons, in ons hart?

 

Volk van God, kom en breng lof.

Aan Jezus, de koning.

Majesteit, groot is zijn majesteit.

Dwars door de dood werd Hij verhoogd.

Jezus regeert!

 

 

geschiede úw wil als in hemel ook op aarde;