Preek zondag 4 september 2016


Wie een misstap toedekt zoekt liefde,-

wie een uitspraak herhaalt brengt scheiding tussen vertrouwden.

 

Vriendschap is in de bijbel een groot goed. Mensen die naast elkaar staan, of schouder aan schouder. Mensen die elkaar als ‘maat’ kennen. Een relatie die toch ook verder gaat dan kameraadschap. Je doet dingen als kameraden samen, maar tussen vrienden komt daar iets extra’s bij. Je ervaart of ontdekt als vrienden – tussen twee individuen – een gezamenlijke waarheid. Mensen met wie je iets gezamenlijks deelt – een godsdienst, een studie, een beroep, een vrijetijdsbesteding – zijn je kameraden. Maar de enkeling die dezelfde emoties heeft als jij over een bepaalde zaak kan je vriend zijn. Anderen zullen die emoties nauwelijks snappen. Vrienden vinden elkaar in vrijheid. Vrienden hebben niet iets samen, zij genieten iets samen.

 

In de bijbel is er misschien geen mooier voorbeeld van een echte vriendschap dan die tussen Jehonathan en David. De één is zoon van Israëls eerste koning (en zou mogen verwachten zijn vader op te volgen), maar de ander is intussen gezalfd als die opvolger. Tussen hen beiden ontstaat een diepe vriendschap, die een vorm van liefde is.

 

We lopen een aantal aspecten van de vriendschap tussen Jonathan en David door, aan de hand van een stel bijbelteksten.

 

Vriendschap knoopt twee individuen aan elkaar. 1 Sam 18: 1: En het geschiedt: met dat hij voleindigd heeft tot Saul te spreken is de ziel van Jehonatan al verknocht aan Davids ziel; Jehonatan krijgt hem lief als zijn eigen ziel. Jehonatan en David hadden verregaand dezelfde instelling (lees bijv. 1 Sam 14: 1 – 15 over Jehonatans onverschrokkenheid!)

Vriendschap is een heel nauwe relatie. 2 Sam 1: 26 : ik ben beangst over jou, mijn broeder Jehonatan, je was mij zo dierbaar; een groter wonder was jouw liefde voor mij dan liefde van vrouwen!– En in 1 Sam. 20: 23 lezen we dat vriendschap tussen beide mannen gebaseerd is op de relatie die ze allebei persoonlijk hebben met God: de Ene is tussen mij en jou tot in eeuwigheid!

Vriendschap is een verbond. 1 Sam. 18: 3: Jehonatan smeedt met David een verbond,- omdat hij hem liefheeft als zijn eigen ziel. En in het volgende vers geeft Jehonatan zijn overkleed aan David: daarmee erkent hij de koninklijke aanspraken van zijn vriend!

Vrienden komen voor elkaar op. 1 Sam. 19: 4 – 6: Dan spreekt Jehonatan over David niets dan goed tot Saul, zijn vader;

Vrienden helpen elkaar onvoorwaardelijk. 1 Sam. 20. De ultieme vorm hiervan staat in Johannes 15: 13: Grotere liefde dan deze heeft niemand: dat iemand zijn lijf-en-ziel inzet voor zijn vrienden.

Vrienden delen hun emoties. Delen blijdschap zowel als verdriet. 1 Sam. 20:40, 41: David is opgestaan van de zijkant van het steenblok,- valt op zijn neusgaten ter aarde en buigt zich drie malen; zij kussen elkaar, man en metgezel, en wenen, man over metgezel, totdat David zich weer groothoudt.

En in 1 Sam. 23: 17 spreekt Jehonatan zonder reserves over David als de komende koning.

Vrienden bemoedigen elkaar. 1 Sam. 23: 14 – 28: Dan staat Sauls zoon Jehonatan op en gaat naar David toe, naar Choresja; hij sterkt zijn hand met God. Saul is erop uit om David te doden. Maar Jehonatan versterkt Davids geloofsvertrouwen dat het God niet uit de hand zal lopen. En Jehonatan schuift David in alle opzichten naar voren.

Vrienden zijn en blijven trouw aan elkaar. Door dik en dun. En door de jaren heen. 2 Sam. 1: 23: Saul en Jehonatan, zo geliefd en zo dierbaar in hun leven, zijn in hun dood niet gescheiden; lichtvoetiger dan arenden waren ze, heldhaftiger dan leeuwen; David eert op ontroerende wijze zowel zijn vriend Jehonatan als diens vader Saul in zijn klaagzang.

En jaren later is David zijn vriend niet vergeten. Integendeel: 2 Sam 9. Opnieuw eert David zowel Saul als Jehonatan, als hij naspeuringen laat verrichten om te zien of er nog iemand leeft die afstamt van het geslacht van koning Saul. David zegt: wie is er nog die is overgebleven van het huis van Saul?- ik wil hem vriendschap bewijzen, omwille van Jehonatan! Er blijkt nog een kreupele zoon van Jehonatan te zijn. En – kreupel of niet – David haalt Mefibosjet naar Jeruzalem, want ‘Mefibosjet zal eten aan mijn tafel als een van de zonen van de koning!’

 

Zo ziet God in ons een rijkdom en een toekomst waarvan wij ons lang niet altijd bewust durven te zijn. God is een Vriend die trouw blijft en altijd weer nieuwe kansen geeft.

 

Een makker heeft te allen tijde lief,-

in nood wordt een broeder geboren.