Preek zondag 21 augustus 2016


Laat die gezindheid in u zijn

 

Wij Nederlanders staan in de wereld bekend als een volkje dat overal wat van vindt. We hebben, gevraagd en ongevraagd, overal een mening over en moeten die ook steeds ventileren. En wel direct. Want dat is belangrijk. Dan weten ze meteen wat ze aan ons hebben. We houden als betweters natuurlijk niet van betweters; een ander hoeft ons echt niks te vertellen. We doen wat we doen en vraag niet waarom. Op twitter, facebook en andere social media slingeren we de hele dag meningen de wereld in. Wie had er de afgelopen weken nu géén mening over Yuri van Gelder?

 

Gaat zoiets nu ook ons in ons christelijk leven beïnvloeden? Overal iets van vinden en alles beter weten dan de anderen? Met een grote stelligheid over van alles en nog wat onze (geloofs)visie etaleren?

 

Of zouden we als christenen misschien ons meer en eerder moeten afvragen wat God ergens van vindt?

We lezen 1 Tim. 6: 3 t/m 12. Teksten die voor zich spreken. Paulus schrijft hier heel zwart-wit over wat deugt en wat niet.

3 Als iemand iets anders leert en niet komt tot de gezonde woorden van onze Heer, Jezus Christus, en bij de leer die overeenkomt met godsvrucht,- 4 die is opgeblazen; hij weet niets maar maakt zich ziek over haarkloverijen en woordgevechten, waaruit voortkomt: afgunst, twist, lasteringen, boze vermoedens, 5 oeverloze discussies van mensen die in het denken bedorven zijn en van de waarheid beroofd, en die menen dat er met de godsvrucht te verdienen is.

Een ziekelijke neiging tot woordenstrijd, zegt Paulus. Voortdurend geruzie van mensen die warempel denken dat de godsvrucht een bron van winst is. Dat het geloof je geen windeieren legt. Dat je er materieel op vooruit gaat. En dat dat dus ook de zin van het evangelie is! Met zulke mensen moet je niks te maken willen hebben zegt Paulus.

6 Er is met de godsvrucht veel te verdienen, maar dan wel gepaard met eigen onderhoud. 7 Want wij hebben niets ingedragen in de wereld, omdat wij er evenmin iets kunnen uitdragen.

Kijk, zegt Paulus, tussen godsvrucht en materiële welvaart bestaat geen verband. Naakt kwamen we in de wereld, en naakt verlaten we haar weer. Het gaat erom dat we tevreden zijn met wat we bezitten. Een doodshemd heeft geen zakken.

8 Als we kost en kleren hebben, zullen we daarmee onszelf onderhouden. 9 Maar zij die rijk willen worden vallen in verzoeking en valstrik, en in vele ondoordachte en schadelijke verlangens, die de mensen laten verzinken in verderf en ondergang.

Materialisme is het verlangen om veel geld en dingen te bezitten, terwijl we vergeten dat het gaat om de liefde voor God die ons deze zaken kan geven, en niet om die zaken zelf. Ons begeren kent geen eind als we niet uitkijken. En dat wordt dan onze ondergang.

10 Want de wortel van alle kwaad is de liefde voor geld; door daaraan toe te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zij zichzelf doorboord met vele smarten.

Het is opmerkelijk dat Paulus de liefde voor geld (en niet geld op zich!) stelt tegenover de liefde voor God. Liefde voor geld is als een valstrik voor een dier waarop wordt gejaagd: het is schier onmogelijk eraan te ontsnappen als je er eenmaal in zit. Materialisme en liefde voor God staan recht tegenover elkaar. En is er ooit een tijd geweest waarin het materialisme meer gemeengoed was dan vandaag? De reclame praat ons tientallen keren per dag aan dat we alle soorten luxe gewoon “nodig hebben”. Hebben wij daar geen last van? Mattheüs 19: 21, 22 geeft een test die foutloos werkt: Jezus verklaart hem: als je het wilt: volmaakt zijn,- ga heen, verkoop je eigendommen en geef ze aan armen, en je zult een schat in (de) hemelen hebben; dan hierheen en volg mij! Maar als de jongeman dit woord hoort gaat hij bedroefd weg; want hij is er een geweest die vele bezittingen had. Durven wij zo een testje aan?

11 Jij, mens van God, ontvlucht die dingen!- en jaag gerechtigheid na, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. 12 Strijd de goede strijd van het geloof, neem het eeuwige leven in ontvangst waartoe je bent geroepen en waarvoor je de goede belijdenis hebt beleden voor het aanschijn van vele getuigen.

Paulus spreekt Timotheüs aan met een eretitel: mens van God. En in Timotheüs ook alle christenen in Efeze. En daarmee ook ons, vandaag de dag. Als gelovige volgeling van God zag Timotheüs af van het najagen van geldelijk gewin. Voor hem telde slechts (??) gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid.

 

En voor ons? Voor mij?

 

die ook in Christus Jezus was,-