Preek zondag 14 augustus 2016


Zó, broeders-en-zusters van mij die ik liefheb en naar wie ik verlang,

 

Paulus is heel blij met de christenen in Filippi. Fil. 1: 3: Ik zeg dank aan mijn God bij elke herinnering aan u. En hij wil niets liever dan dat ze hun hoge status vasthouden totdat ze naast Christus zou staan. Zoals Ef. 5: 27 zegt: om zelf haar in heerlijkheid naast zich te plaatsen: de vergadering zonder vlek of rimpel of wat dan ook van zulke dingen; nee, opdat zij heilig zal zijn en onbesmet;

 

Als een herder spant Paulus zich in voor de Filippiërs. Hij is van binnenuit bij hen betrokken. Paulus bidt hen toe dat (1: 3): dat uw liefde nog meer en meer overvloedig mag worden in kennis en alle fijngevoeligheid, Paulus, die ooit een Farizeeër was. En daar kwam weinig liefde bij kijken. De Wet stond voorop. Als je die maar nakwam en aanhield.

 

Maar Paulus ontmoette Christus op reis naar Damascus. Paulus leerde de Liefde kennen. Hij schrijft in 1 Tim. 1: 12 – 14 over zijn periode als farizeeër: Ik ben hem dankbaar die mij kracht geeft: Christus Jezus, onze Heer, omdat hij mij betrouwbaar heeft geacht toen hij mij in zijn dienst stelde, ik die vroeger een lasteraar en vervolger en geweldenaar was; maar mij is ontferming bewezen, omdat ik onwetend heb gehandeld, in ongeloof, ja, de genade van onze Heer is allerovervloedigst geweest met geloof en de liefde in Christus Jezus.

 

Paulus is eindeloos dankbaar dat hem ontferming is bewezen en dat hij allerovervloedigst genade heeft ontvangen. Zo een dankbaarheid zien we ook in de ontroerende geschiedenis in Lukas 7: 36 – 38. Een vrouw die een zondares is zalft de voeten van de Heer met onwaarschijnlijk kostbare mirre. Sommige omstanders zien alleen de zondares, en zijn misnoegd. Anderen vinden het belachelijk om zoiets duurs te verspillen.

Maar de Heer Jezus ziet wat er werkelijk aan de hand is: er is een vrouw die weet dat ze vergeving nodig heeft. En die vergeving geeft Hij haar; haar dankbaarheid is eindeloos groot.

 

Na de liefde noemt Paulus de kennis. Dan gaat het erom dat je weet wie Jezus Christus is. Wie wil groeien in geloof zal van dat geloof kennis moeten hebben. Zal moeten studeren om meer inzicht in Christus en Zijn werk te verwerven. Voor ons geldt dat, hoe meer je van de Heer leert en weet, hoe meer je zal groeien in geloof en liefde.

 

Dan noemt Paulus fijngevoeligheid. Fijngevoeligheid is een soort van Bijbels beoordelingsvermogen. Het klassieke hoofdstuk 13 van 1 Korinthe spreekt daar prachtig over: De liefde heeft lange adem, goedertieren is de liefde, niet afgunstig, de liefde praalt niet, blaast zich niet op, gedraagt zich niet grof, zoekt niet zichzelf, raakt niet beledigd, is geen boekhoudster van het kwaad, is niet verheugd over het onrecht maar verheugt zich over waarachtigheid; alles bedekt zij, tegen alles in gelooft zij, in alles hoopt zij, in alles volhardt zij. De liefde vergaat nimmermeer;

De liefde is de basis van alles. En ze komt eerst echt tot werkelijke gelding als ze gepaard gaat met kennis en fijngevoeligheid.

 

Wij christenen worden in de Bergrede opgeroepen om het licht van de wereld te zijn en het zout der aarde. En dat gaat ons niet lukken zonder liefde. En evenmin zonder kennis.

Als christenen moeten we weten te onderscheiden wat belangrijk is en wat niet. We moeten hoofd- en bijzaken wel uit elkaar weten te houden. Wijs handelen is onze opdracht. Met liefde voor God en de medemens.

 

En uiteindelijk is het doel dat we (1: 10): glashelder en zonder aanstoot zijn op de dag van Christus, vervuld van de vrucht van de rechtvaardiging door Jezus Christus, tot glorie en lof van God.

 

Paulus zag uit naar de komst van de Heer, naar de dag van Christus. En hij spande zich als herder van de christenen in Filippi in om hen daarop voor te bereiden. Om hen op die dag werkelijk heilig en onbesmet bij Christus te zien staan.

 

Ook wij mogen elke dag van Christus de hulp en de kracht smeken om op de dag van Christus onberispelijk naast hem te staan.

 

staat zó vast in de Heer, geliefden!