Preek zondag 7 augustus 2016


de wortel van alle kwaad is de liefde voor geld;

1 Tim. 6: 10a

 

Het laatste wat van een Nederlander bekeerd wordt is zijn portemonnee’ zei ooit de evangelist Johan Fijnvandraat. Kennelijk had hij wel enig zicht op ons aller ik-gerichtheid. Nationaal geven we aan vakantie een veelvoud uit als je dat vergelijkt met de bedragen die we over maken aan goede doelen.

 

Hoe zit dat, met de macht van het geld? Maatschappelijk. Maar ook individueel. Spreuken 10: 16: De arbeid van een rechtvaardige is ten leven,- het inkomen van een boosdoener dient tot zonde.

De tegenstelling is opmerkelijk. Twee personen verdienen beide geld met hun activiteiten. Maar de manier waarop ze met dat geld omgaan laat zien hoe ze er ten diepste in hun hart over denken. De rechtvaardige werkgever zal zijn medewerkers goed belonen en laten meeprofiteren van de verdiensten. Zijn zelfzuchtige collega spendeert de verdiensten eerder aan zichzelf. Wat leeft er in je hart: liefde of zelfzucht?

 

Ook op het persoonlijke vlak kan geld een gevaarlijke rol spelen. Spreuken 11: 1: Een bedrieglijke weegschaal is een gruwel voor de Ene,- en een eerlijke weegsteen heeft zijn behagen. Geld brengt ons makkelijk in de verleiding om oneerlijk te worden. Met een kleine aanpassing kunnen we soms simpel naar onszelf toerekenen. En ach, dat doet toch eigenlijk iedereen?

Spreuken 11: 4: Rijkdom zal niet baten op de dag des toorns,- maar gerechtigheid redt van de dood.

Geld bergt het gevaar van oppervlakkigheid in zich. Maar je hebt niks aan je geld als het tussen jou en je partner niet goed gaat. Of als je te horen krijgt dat je ongeneeslijk ziek bent. Als het lichamelijk of geestelijk slecht met je gaat heb je niks aan je hoge salaris of je riante bonus. Als je dan niet een basis hebt in je gezin, bij je vrienden, met God, dan redt je het niet.

Spreuken 30: 8, 9: geef mij geen armoe en geen rijkdom,- spijzig mij met het brood mij toebedeeld; anders zou ik verzadigd u verloochenen, en zeggen: wie is de Ene?, of zou ik verarmd gaan stelen,- en mij vergrijpen aan de naam van mijn God! Als Mozes en Aaron (Ex. 5: 1,2) tegen Farao zeggen dat de Ene, Israëls God heeft gezegd dat Israel naar de woestijn moet vertrekken om feest te vieren is de smalende opmerking van Farao wíe is ‘de Ene’ dat ik moet horen naar zijn stem om Israël uit te zenden?- nooit gekend!- ‘de Ene’, en ook zend ik Israël niet uit! Met andere woorden ‘ik laat me door niemand de wet voorschrijven!’ Veel geld hebben – en daarom denken dat je onaantastbaar bent – kan leiden tot arrogantie. Tot de houding van ‘ik maak het wel helemaal zelf uit.’

 

Waar moet je wezen, als je de bovenstaande gevaren wil ontlopen? Spreuken 18: 10, 11: Een sterke toren is de naam van de Ene,- snelt een rechtvaardige daarheen dan is hij beschermd. Het bezit van een rijke is zijn sterke burcht,- als een beschermende muur, als een deken die hem bedekt.

Als je bescherming zoekt, doe dat dan bij de naam van de Ene. Daar ben je als binnen de muren van een stad na zonsondergang: veilig. En denk niet dat je geld je zal helpen.

 

Waarom hangen wij dan toch zo aan ons geld? Een paar redenen:

  • Geld geeft de suggestie dat je altijd nog wel wat kunt doen. En dat is nogal eens een schijnzekerheid.
  • Geld verleent je identiteit. We willen bewijzen dat we er toe doen. Dat we iemand zijn. Dat we het beter gedaan hebben dan de ander. Dat we beter zijn dan de ander. Soms dreigen we het welvaartsevangelie te gaan geloven. Omdat het ons zo goed uitkomt.

 

Hoe komen we onder de macht van het geld uit? Paulus schrijft daarover in 2 Korintiërs 9. Hij vraagt de christenen in Korinthe om royaal te geven voor de arme en behoeftige christenen in Jeruzalem. Want dat blijft niet onopgemerkt: wie met zegeningen zaait, zal ook met zegeningen oogsten; Wanneer je meer geld geeft aan een goed doel wil dat niet zeggen dat God je dus meer geld terug geeft en je geld zult oogsten (de uitleg van het welvaartsevangelie is wel heel erg ik-gericht!). Wie zaad zaait oogst vruchten. Je krijgt zegen terug. Gods zegen.

 

Geld wordt dan weer gewoon geld. Waarmee je voor mensen en organisaties om je heen nuttig en zegenrijk werk kunt doen. Geld is dan niet meer je zekerheid in het leven. Niet je afgod. Want (Pred. 5: 9): wie geld liefheeft wordt van geld nooit verzadigd.

 

Wie geeft aan de arme krijgt geen gebrek,-

Spr. 28: 27a