Preek zondag 3 juli 2017


geschied is het koningschap over de wereld

van onze Heer en zijn Gezalfde;

 

Willem Ouweneel schrijft ergens dat we God veelal danken voor de gaven die Hij geeft. Maar dat we Hem ook kunnen prijzen als de gulle gever. Zijn presentie wordt dan belangrijker dan zijn presentjes. “Bewonder en bejubel zijn luister, zijn pracht, zijn schoonheid, zijn macht, zijn liefde, zijn heerlijkheid, zijn majesteit, zijn grootheid, zijn heiligheid! Richt je op God en zijn heerlijkheid.”

 

De gedachten gaan dan onwillekeurig uit naar de wijzen uit het oosten. Mattheüs verhaalt van hun bezoek. Ze kwamen uit het huidige Iran, ongetwijfeld met een grote karavaan. Ze volgden waarschijnlijk de leer van Zarathustra. De priesters van die leer plachten de sterrenhemel te bestuderen. Ze zagen een ster en kregen de boodschap door dat er een koning geboren was. Zonder dat ze verder ook maar iets wisten gingen ze op reis.

Ze kwamen bij de grote koning Herodes, in een prachtig paleis. Maar ze wisten heel zeker: dat was de nieuwe koning niet. Herodes liet nazoeken waar de Christus geboren zou worden en stuurde de wijzen naar Bethlehem (Micha 5: 6).

Als ze het Kind vinden aanbidden ze zonder enige reserve. Omdat ze in hem de Koning de Koningen aantroffen.

 

Sprekend met gelovige mohammedanen hoor je soms de opmerking “jullie koning is een lam, maar Allah is almachtig!” En inderdaad, als Johannes de heer Jezus ziet (Joh. 1: 29) zegt hij: zie, het lam van God dat wegdraagt de zonde der wereld!- Maar we moeten ons niet vergissen: Openbaring 6 beschrijf hoe het lam de zegels van Gods toorn opent, en dat lam is niemand minder dan (Op. 5: 5): de leeuw, uit de stam van Juda, de wortel van David, om de boekrol te openen met zijn zeven zegels!

En dat lam is niemand minder dan de berijder van het witte paard uit Op 19: 11: En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en die daarop zit wordt genoemd getrouw en waarachtig, en in gerechtigheid richt hij en strijdt hij.

Dit lam is de Koning de Koningen en de Heer der Heren. En het is ook het kindje dat de wijzen aantroffen in Bethlehem. Van dit kindje wordt nog vóór zijn geboorte gezegd (Luk. 1: 32, 33): hij zal groot zijn en als ‘zoon van de Allerhoogste’ worden aangeroepen; de Heer God zal hem geven de troon van zijn vader David; hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in de eeuwigheden, en aan zijn koningschap zal geen grens zijn!

De naam van het kind was ‘Jezus’, en dat betekent Jehova redt!

 

Aan het eind van zijn leven werd Jezus dan ook – door Pilatus – berecht als koning. Al snapt Pilatus er weinig van. De Joden willen zijn handtekening onder een doodvonnis. Dus ondervraagt hij de aangeklaagde. Die bevestigt dat hij een koning is, maar mijn koninkrijk is nu eenmaal niet van hier. Als er een politiek rijk was zou er een opstand komen. Maar Jezus heeft geen zwaard of leger. Hij is koning, van het koninkrijk de hemelen. Terecht handhaaft Pilatus – het gezeur meer dan beu – zijn opschrift boven het kruis: wat ik geschreven heb, héb ik geschreven!

En bij de intocht in Jeruzalem komt de koning binnenrijden. Als voorzegd in Zacharia 9. De geschiedenis werd vervuld. Maar de geschiedenis keek de verkeerde kant op! De juichers wilden een koning die de Romeinen een lesje zou leren. Ongetwijfeld wist Jezus dat sommigen van deze personen zes dagen later ‘kruisig hem’ zouden schreeuwen.

 

Deze koning voerde oorlog tegen de satan, in de woestijn. De eerste Adam boog voor satan. De Heer Jezus als tweede Adam niet. De Heer Jezus bleef trouw aan God zijn vader. Hij bleef de gezalfde des Heren. Hij bleef Immanuël: God met ons. Hij kwam (Jes. 61: 1): om te verbinden verbrokenen van hart, om uit te roepen tot gekerkerden: vrijlating!, tot opgeslotenen: ontgrendeling!-

 

Binnenkort komt deze Koning der Koningen terug op aarde. Hij zal dan herkend worden door iedereen, zoals de moordenaar aan het kruis hem herkende.

 

Aan deze koning is gegeven (Matth. 20: 18): alle gezag in hemel en op aarde; En deze koning bad de ontroerende woorden aan het kruis (Lucas 23: 34): Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen!

Wie zien wij als we naar de Heer Jezus kijken?

 

Jesaja 33: 17: Een koning in zijn schoonheid zullen uw ogen aanschouwen,-

 

en hij zal als koning heersen tot in de eeuwen der eeuwen!