Preek zondag 19 juni 2016


Wij, we hebben lief

Eén ding hebben wij maar nodig,

leer ons, Heer, dat in te zien.

Veel daarnaast is overbodig,

is een juk, te zwaar misschien,

waaronder een mens maar moet ploegen en zwoegen

om dan nog te missen het ware genoegen.

Verkrijg ik dit ene dat alles vervangt,

dan vind ik geluk waar mijn hart naar verlangt.

https://youtu.be/xfd6-Cslr-M

Wij christenen zijn onderdanen van Gods koninkrijk. Wij zijn volgelingen van Jezus. En in zijn koninkrijk gelden wetten. Dat koninkrijk loopt op liefde. Alle geboden – zegt de Heer in Mattheüs 22: 36 e.v. – kun je samenvatten als ‘God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf.’

 

Hoe gaat zoiets nu in zijn werk? We kunnen heel goed formuleren hoe je christen wordt. Dat kost je per saldo niks: genade is vrij. Maar christen zijn, de wetten van Gods koninkrijk naleven, dat is andere koek.

 

Openbaring 2: 1-7 geeft een illustratie daarvan. Laat zien hoe God er tegenaan kijkt. De christenen in Efeze worden beschreven met de woorden je hebt standvastigheid en je hebt verdragen omwille van mijn naam, en je bent het niet moe geworden;

Laten we eerlijk wezen, zo’n compliment krijg je niet lichtvaardig. Dan sta je als christen – en als groep van christenen – op een hoog plan. Zonder moe te worden nog wel!

 

Maar dan blijkt dat God dieper kijkt. Dingen ziet die wijzelf niet bespeuren. Dat God dwars door motieven en beweegredenen heenkijkt. ‘Want’ zegt Hij, ‘er begint toch iets scheef te groeien daar in Efeze. Iets waarover Ik me zorgen maak.’ maar ik heb tegen je, dat je je eerste liefde hebt verlaten

 

Wat is die eerste liefde? Sommige uitleggers zeggen dat dit gaat over de vlinders in je buik bij je eerste verliefdheid. Dat je daar weer naar terug moet als dat vlindergevoel begint te slijten. Maar zou God niet weten dat, als het gaat om onze liefde, het rammelt van alle kanten? Dat weet God (1 Joh. 4: 10): Hierin bestaat de liefde: niet dat wij God hebben liefgehad maar dat hij óns heeft liefgehad.

 

Het gaat hier niet om de liefde die je voelde bij je eerste ontmoeting. Het gaat hier niet om de eerste liefde van ons, maar om de eerste liefde voor ons! God heeft het hier over zijn eigen onvoorwaardelijke liefde! Die liefde is van Hem! Die eerste liefde voor ons is Christus, die onbegrensd, onbeperkt en onvoorwaardelijk van ons houdt. Die eerste liefde is het besef en geloof dat Hij ons eerst heeft lief gehad. Dat die liefde niet van onszelf is, dat het geen liefde is die je kunt opwekken of waar wij heel erg ons best voor moet doen. Want (Rom.5:5): de liefde van God is uitgestort in onze harten. En die liefde houdt nooit op (Rom. 8: 38-39): Ja, ik ben er zeker van dat noch …, noch …, noch …, noch …, noch …, noch …, noch …, noch … bij machte zal zijn ons te scheiden van de liefde van God die is in Christus Jezus, onze Heer.

 

Jezus zegt tegen de gemeente van Efeze: ‘jullie zijn zo druk bezig, jullie dreigen het zicht te verliezen op die onvoorwaardelijke, overvloeiende rijkdom van Mijn liefde voor jullie!’ De eerste liefde is de liefde van God voor ons!

 

En al die prijzenswaardige zaken dan die ze deden? Dat deden ze toch maar mooi voor God! Telt dat dan niet mee?

Wij mensen kunnen bijna niet anders denken dan in termen van rechtvaardige vergelding. Dus als wij goed doen volgt erkenning en welvaart. En liefde zelfs. Want dat verdienen we. Zo voelt dat.

 

Zoiets als de oudste zoon uit de geschiedenis uit Lukas 15. Hij zegt, terecht: zie, zovele jaren al ben ik je dienstbaar, nooit ben ik aan jouw gebod voorbijgegaan en míj heb je nooit een bokje gegeven zodat ik met mijn vrienden feest kon vieren;

Als zijn vader blijk geeft van zijn onvoorwaardelijke liefde voor zijn jongste zoon die – zoals de oudste zoon woedend opmerkt – je leeftocht heeft verslonden met hoeren, zegt zijn vader kind, jij bent altijd bij mij en alles wat van mij is, is van jou;

 

Mijn liefde heb je al,’ zegt z’n vader. ‘Die kun je niet verdienen. Maar dat heb jij niet in de gaten.

 

Het heil de hemels werd ons deel / alleen door Gods genade.

Wij werkten en wij wonnen veel / maar alle winst bleek schade.[1]

 

 

Omdat hij als eerste ons heeft liefgehad

[1] Paul Speratus, 1523, Es ist das Heil uns kommen her, vertaling Ad den Besten