Preek zondag 17 oktober 2010


 

Want het is God die in u én het willen bewerkt…….

De gelovige joden de in de brief aan de Hebreeën worden aangesproken verkeerden in een lastige positie. Ze hadden op aarde geen zichtbare Messias: hun Heer was in de hemel opgenomen. En ze kregen met weerstand te maken vanuit hun joodse broeders naar het vlees. Met als gevaar dat ze zouden terugkeren naar het Jodendom.

De schrijver van de brief schildert met alle passie die hij heeft dat de Heer Jezus werkelijk boven alles en iedereen gaat.

In hoofdstuk 1 zien we de Heer als boven de engelen. God spreekt door Hem. Hij weerspiegelt Gods luister. Hij heeft Gods heerlijkheid, want Hij is God zelf. Kijken ook wij zo naar onze Heer? Kijken wij naar Hem zoals God zelf dat doet? Gaat Hij ook voor ons boven alles en iedereen?

Hoofdstuk 2 begint met een “ daarom.” Waarmee de auteur zegt “ besef wie de Heer is! Pas op Hebreeën dat je dat niet weggeeft door terug te keren naar je oude dienst. Laat je hart vurig blijven voor Hem. Laat je godsdienst geen formaliteit worden maar laat het levend blijven. Laat Hij die bij God zelf de eerste plaats heeft die ook bij jullie behouden. Weet dat de Heer Jezus bij zijn terugkeer op aarde alle macht krijgt vanuit Gods majesteit, als hij terugkeert op aarde. Nu zien we dat nog niet, maar dat staat te gebeuren.

En die verheven Persoon noemt ons “ zijn broeders.” Wij zijn “ de kinderen die God Hem gegeven heeft.” En om de zonden te verzoenen, moest Hij aan die broers gelijk worden. Zonder zelf te zondigen heeft Hij alles ondergaan en doorstaan wat een mens kan meemaken. En daarom weet Hij beter dan wie dan ook wat wij doormaken. En kan Hij ons beter dan wie dan ook bemoedigen en helpen, dag in dag uit.

Hoofdstuk 3 grijpt terug op het vorige. Geschilderd wordt hoe het volk Israel niet Gods rust inging. God liet het niet toe, vanwege hun ongeloof, legt de schrijver uit.

Hoofdstuk 4 legt uit dat er wel een rust is die nog te wachten staat. Dat God zijn belofte van “ingaan in de rust” niet intrekt, maar absoluut waar wil maken. Twee hulpmiddelen staan ons daarbij ter beschikking:

· Gods Woord leidt ons op de weg naar de rust, maakt ons klaar daarvoor. Laten wij ons altijd aan dat Woord toetsen. En ons daardoor als het ware laten klaarstomen om voor die rust te zijn toebereid.
En geen schepsel is verborgen voor zijn aanschijn, maar naakt en ontmaskerd is alles voor de ogen van hem bij wie wij de verantwoording afleggen.

· Jezus als hogepriester staat ons terzijde op de weg naar de rust. Hij kent ons door en door. Weet waarmee wij het persoonlijk moeilijk hebben. Kent onze persoonlijke strijd.
want wij hebben geen hogepriester die niet kan meelijden met onze zwakheden, maar een die evenzeer beproefd is geweest in alle dingen behalve de zonde.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën wil niks liever dan zijn lezers de rust van God geven. En dat geldt vandaag ook nog voor ons. God gunt ons Zijn rust. En geeft ons Zijn Woord en Zijn Hogepriester als “ hulpmiddelen” op reis daar naartoe. Laten we die hulpmiddelen met beide handen aangrijpen. En ons uitstrekken naar de rust van God.

…….én het werken voor het welbehagen.