Preek zondag 22 mei 2016


Toen Jezus Christus in de nacht waarin Hij werd verraden

 

Je hoort vandaag de dag soms van christenen de opvatting dat zondigen niet zo heel erg is. God vergeeft toch wel. Want Hij is genadig. Een volkomen on-Bijbelse misvatting! Met Paulus (Rom. 6: 15): Wat krijgen we dan?- moeten wij zondigen omdat we niet onder een wet staan maar onder genade? Dat zij verre!

 

Onthutsend is wat Gandhi schreef over zulke christenen (en hoe scherp zijn analyse was):

 

Gandhi schrijft in zijn autobiografie:[1]

In een gesprek met een paar christelijke vrienden kwam een van hen met uitspraken die ik niet had verwacht: ……………….. Onze zonden bezwaren ons niet, omdat we geloven dat Jezus voor ons verzoening heeft gedaan. Wij moeten wel zondigen, het is onmogelijk om in deze wereld zondeloos te leven. Daarom moest Jezus lijden en de zonde van alle mensen verzoenen. Alleen wie zijn verlossing aannemen krijgen eeuwig leven. Bedenk eens wat een rusteloos leven u hebt, en wat een belofte van vrede wij hebben gekregen.”



Dit kon mij (Gandhi, ws) allerminst overtuigen. Ik antwoordde: ‘Als dat christendom is, kan ik me daardoor niet laten overtuigen. Ik zoek geen verlossing van de gevolgen van mijn zonde, ik wil verlost worden van de zonde zelf, of beter gezegd: van de zondige gedachte. Totdat ik dat bereikt heb zal ik tevreden zijn met rusteloosheid.’

Over die persoon schrijft Gandhi verder: “Het bleek ook dat hij achter z’n woorden stond. Hij zondigde met open ogen, en maakte me duidelijk dat het denken daaraan hem niet in het allerminst bezwaarde.”

 Mephibosheth_kneels_before_David

De geschiedenis van David en Mefibosjet (2 Sam. 9: 1 – 13) geeft een helder beeld van wat genade werkelijk is.

 

David stelt aan zijn hofhouding een opmerkelijke vraag: wie is er nog die is overgebleven van het huis van Saul?- ik wil hem vriendschap bewijzen, omwille van Jehonatan! David vraagt naar de familie van zijn grootste vijand. En dat niet om zo een afstammeling alsnog een kopje kleiner te maken (wat heel gewoon was in die tijd). Maar juist om genade te bewijzen! David is hier een beeld van God zelf. God die volgelingen van Zijn grootste vijand – Satan – opzoekt om hen genade te betonen.

Tsiva, een gewezen knecht van Saul, kent er nog wel één: Mefibosjet. Die woonde in de plaats Lo Devar, in het huis van ene Machier, zoon van Amiël. Probleem was wel dat deze Mefibosjet verlamd was aan beide voeten; David haatte kreupelen met heel zijn ziel (hfdst 5: 8).

David laat desondanks Mefibosjet halen. Het laat zich raden dat Mefibosjet de ontmoeting met grote angst tegemoet zag. Hij gooit zich voor David op de grond. David zegt tot hem: vrees niet, want ik wil je daadwerkelijk vriendschap bewijzen, omwille van Jehonatan, jouw vader. De naam Jehonatan betekent ‘God heeft gegeven.’ Jehonatan is beeld van de Heer Jezus. God bewijst ons genade omwille van Zijn Zoon.

 

David had nu kunnen zeggen: “ik heb je vergeven, maar nu moet je wel wegwezen natuurlijk!” Niets daarvan, integendeel juist: David geeft Mefibosjet vier zegeningen:

  • Hij krijgt al wat van Saul geweest is en van heel zijn huis weer als bezit!
    • Zo krijgen wij alle zegeningen in de hemelse gewesten in Christus (Ef. 1: 3)
  • jijzelf eet voortaan je brood aan mijn tafel
    • En wij eten het avondmaal, indachtig onze redding en Gods genade
  • Tsiva moet het land van Mefibosjet bewerken en hem de opbrengst geven
    • Zo helpt de Heilige Geest ons en helpt ons aan geestelijk voedsel
  • Mefibosjet zal eten aan mijn tafel als een van de zonen van de koning!
    • Wij hebben als zonen van God een positie die maakt dat onze erfenis zeker is!

 

Genade is Gods cadeau aan ons. De koning zelf biedt het aan. Het is gratis voor de ontvanger, maar Gods Zoon moest ervoor de dood in.

Mefibosjet verhuisde naar Jeruzalem. Om dagelijks in de invloedssfeer van de koning te zijn. En zijn dankbaarheid voor de ontvangen genade te tonen. Doen wij dat ook? Eren wij met diep ontzag, door bidden en bijbel lezen:

  • De ware David: God zelf, die op onze redding was bedacht
  • De ware Jehonatan: de Heer Jezus zelf die Zijn leven gaf

 

op onze redding was bedacht, volbracht Hij Gods genade.

Als Jesus Christus in der Nacht, BWV 265, tekst Ria Borkent, uit: Een vleugje eeuwigheid
[1] An Autobiography, or The Story of my Experiments with Truth door M.K. Gandhi, 1927-1929.