Preek zondag 15 mei 2016


Maar als we hopen op wat we niet kunnen bekijken,

2671035

We kennen allemaal de borden langs de weg die aankondigen dat daar iets groots staat te gebeuren. In Badhoevedorp gaat de A9 ondergronds. Heel het dorp blij. En het werk is in volle gang.

Of in Heerhugowaard: MCA bouwt hier hét ziekenhuis van de toekomst. Geplande oplevering: eind 2015. Wie hier de ontwikkelingen een beetje volgt gelooft er niet meer zo in. Nimmer enige activiteit te zien geweest. En ‘eind 2015’ is inmiddels ruim verstreken…..

 

In het Bijbelgedeelte dat we lezen (Hand. 1: 1 – 11) staan twee beloftes. De ene werd tien dagen nadat de belofte werd gedaan ingelost (en wordt nog dagelijks vervuld), de ander is nog toekomst.

 

De eerste belofte betreft de doop met de heilige Geest (: 5) gíj zult worden gedoopt met heilige geestesadem, na deze niet vele dagen! De aankondiging van die gebeurtenis staat onder andere al in Johannes 16: 7.

De vervulling van die belofte liet niet lang op zich wachten. Tien dagen later (Hand. 2: 3) beschrijft Lukas het volgende: Er laten zich aan hen zien: tongen -die zich verdelen- als van vuur; het zet zich neer op ieder van hen.

Op dat ene moment werd Christus’ kerk geboren. En vanaf dat moment wordt iedereen die Christus’ dood aanvaardt als zoenoffer voor zijn zonden gerechtvaardigd en ontvangt op hetzelfde moment de heilige Geest. 1 Kor. 12: 13 zegt dat zo: want ook door één Geest zijn wij allen gedoopt tot één lichaam, hetzij Judeeërs hetzij Hellenen, hetzij slaven hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt. De doop met de heilige Geest bestempelt de christelijke kerk tot een eenheid. Er is maar één heilige Geest. En dus ook maar één lichaam van Christus, de kerk. Die eenheid zit ‘m niet in de naam van de lokale kerk of de denominatie waartoe we behoren. De eenheid ligt vast in de heilige Geest. Daarin ligt de ware identiteit van de christelijke kerk op aarde.

 

Maar de heilige Geest doopt niet alleen de gelovigen tot lid van Christus’ lichaam. Hij vervult ook elke gelovige met het doel (:8) ge zult kracht opnemen van de heilige geestesadem die over u komt, en ge zult getuigen van mij in Jeruzalem en in heel Judea en Samaria, ja tot het uiteinde van het aardland!

In hoofdstuk 2: 4 lezen we over de eerste uiting van da getuigen. Alle mensen die in Jeruzalem waren vanwege het Pinksterfeest hoorden de christenen spreken in hun eigen landstaal. Sinds de spraakverwarring van Babel was zoiets nooit vertoond.

De heilige Geest vervult ons christenen met het doel dat we God grootmaken. Dat we kracht ontvangen om ons christelijk getuigenis te geven.

 

De tweede belofte lezen we in vers 11. Stel je voor in wat voor een emotionele achtbaan de discipelen drieënveertig dagen hebben gezeten. Ze zagen hun Heer sterven aan een kruis. En meenden dat met het graf elke hoop was vervlogen. Toen kwamen er vrouwen die zeiden dat ze Jezus levend hadden gezien! Daarna (1: 3) heeft hij ook, na zijn lijden, zich in vele merktekenen levend voorgesteld; gedurende veertig dagen heeft hij zich aan hen laten zien en tot hen gesproken over het koningschap van God.

En dan, terwijl Hij met hen spreekt (1: 9), wordt hij, terwijl zij toekijken, opgeheven, en een wolk neemt hem weg van hun ogen.

Wie zou dan niet opnieuw in verwarring geraken? Zou weer alle grond onder de voeten voelen wegzakken?

Maar dan zijn er op datzelfde ogenblik twee mannen – engelen – die bij hen komen staan (1: 11) die ook zéggen: Galilese mannen, wat staat ge te kijken naar de hemel?- hij, Jezus, die van u weg is opgenomen ten hemel, zal op dezelfde wijze als ge hebt aanschouwd dat hij naar de hemel wegging, kómen!

 

Deze tweede belofte geeft de discipelen en vandaag de dag ook ons zekerheid voor de toekomst. Van Gods beloften kunnen we zeker zijn. Ze geven hoop en zekerheid. Anders dan het bord dat de bouw van een ziekenhuis aankondigt!

Wij hebben nogal eens de neiging om niet verder te kijken dat het hier en nu. Niet meer te zien dan de tastbare dingen op korte (tijds)afstand. Maar er is hoop, een absoluut zekere hoop!

 

Die hoop moet al ons leed verzachten.

Komt, reisgenoten, ’t hoofd omhoog!

 

 

moeten we in volharding afwachten.

Rom. 8: 25