Preek zondag 24 april 2016


 

Sola Fide, Sola Gratia, Sola Scriptura

Door Geloof alleen, door Genade alleen, door de Bijbel alleen

 

 

Motto: Op de valreep (of: beter laat dan nooit)

 

 

Op de bijbelbespreking lezen we de brief van Paulus aan de Romeinen. Daarin gaat het erom dat de hele mensheid schuldig staat tegenover God. En dat alleen het geloof redt. En dat dat genade is.

 

Genade betekent niet slechts ‘onverdiende gunst’, maar het is een gunst die gewoon niet te verdienen valt.

Bij de eerste invulling van het woord zou je kunnen denken dat God er alleen is voor mensen die helemaal vastgelopen zijn.

Hij is er vanzelfsprekend ook voor hen, maar ook voor hen die heel wat hebben opgebouwd in hun leven. Zij hebben veel verdiend, maar de gunst die God ook hen aanbiedt valt niet te verdienen. Het overtreft dat alles!

 

Een dichter[1] zegt dat heel mooi:

 

Het heil des hemels werd ons deel

alleen door Gods genade.

Wij werkten en wij wonnen veel,

maar alle winst bleek schade.

’t Geloof ziet Jezus Christus aan:

wat Hij deed is genoeg gedaan

voor al wie leeft op aarde.

 

 

Je leest in de bijbel over mensen die fouten maken en op een gegeven moment to inkeer komen. De verloren zoon is zo iemand. Die had z’n vader veel verdriet gedaan en kwam in de grootste ellende terecht. Hij kreeg wel in de gaten dat doormodderen geen enkel perspectief meer bood. Omkeren en naar huis was de laatste optie die hem nog restte. Het is net als op de rotonde de verkeerde afslag nemen en dan maar heel lang doorrijden in de verkeerde richting. Het is veel beter om meteen nog een extra rondje te maken en dan de goede afslag alsnog te nemen. Dan ben je zo waar je moet zijn.

 

Als er één voorbeeld is waaruit blijkt dat alleen geloof redding brengt en dat redding niks te maken heeft met prestaties die je zelf levert, is dat wel de volgende passage uit Lukas 23:

 

39Maar een van de gehangen kwaaddoeners heeft hem gelasterd: ben jíj niet de Gezalfde?- red dan jezelf en ons!

40Maar ten antwoord straft de ander hem af en brengt uit: vrees jij Gód niet hoewel je in dit oordeel bent?-

41en wíj terecht want wat waardig is bij onze praktijken nemen wij nu aan, maar híj heeft niets gedaan wat misplaatst is!

42En hij heeft gezegd: Jezus, gedenk mij wanneer je aankomt in je koninkrijk!

43En hij zegt tot hem: amen, tot jou zeg ik, heden zul je er mét mij wezen, in het paradijs.

 

Ontroerend is het dat Jezus zegt heden zul je er mét mij wezen, in het paradijs. Op het laatste moment ben je tot inkeer gekomen. En je krijgt een beloning die je je niet kunt voorstellen. Een beloning die niks te maken heeft met zaken die je op je eigen conto kunt schrijven. Maar alles is genade!

 

Soli Deo Gratia

God alleen de Eer

[1] Ad den Besten, LvdK 1973 nr. 344, in zijn vertaling van ‘Es ist das Heil uns kommen her’