Preek zondag 10 april 2016


 

Kots deed geboren worden Anoev en Hatsoveva,- en de families van Acharcheel, zoon van Haroem. Dan is daar Jabeets,

1 Kron. 4: 8, 9a

 

‘Het gebed van Jabes’ is de titel van een boekje dat begin deze eeuw in Amerika verscheen. Nadat de schrijver (Bruce Wilkinson) in een grote televisietalkshow was verschenen, explodeerde de verkoop ervan. En kwam wat later de kritiek los natuurlijk. Welvaartsevangelie. Zegenautomaat. Garantie-voor-succes aanpak. Verenging van het christelijk gebedsleven.

 

Die kritiek is niet meteen onzin. Maar is ook niet per definitie terecht. De sneer die ooit Disraëli uitdeelde aan zijn politieke tegenstrever Gladstone doet ook hier opgeld It is much easier to be critical than to be correct.” Want Wilkinson stofte 1 Kronieken 4: 9, 10 prachtig af:

 

9Dan is daar Jabeets, meer geëerd dan zijn broers; zijn moeder had als naam voor hem uitgeroepen ‘Jabeets’, zeggend: omdat ik heb moeten baren ‘beotsev’,- in smart! 10Jabeets riep Israëls God aan en zei: als gij nu met zegen mij zegent en mijn gebied vermeerdert, uw hand met mij zal zijn en gij het kwaad van mij weg zult doen, dan lijd ik geen smart!- en God deed komen wat hij had gevraagd.

 

Dit stukje tekst is heel goed verstopt in een negen hoofdstukken lange opsomming van de geslachtsregisters van Israel. Lopend van Adam tot de ballingschap. En er zijn een paar opmerkelijke dingen te constateren in het citaat hierboven:

 

  • Jabes’ geboorte was kennelijk letterlijk een zware bevalling. ‘Smart’ betekent zijn naam. In het oude Israel werden namen niet zo maar gegeven. Ze betekenden iets en lieten ook zien hoe de ouders tegenover hun jonge kind stonden. Zo bezien is de naam ‘Jabes’ nou niet meteen als een flitsende start in het leven te beschouwen.
  • Jabes vraagt om een hele grote zegen. ‘Zegen me veel’ zegt hij. Is dat niet een beetje onbescheiden?
  • Opmerkelijk is dat Jabes in het geheel niet specificeert welke zegen hij graag wil hebben.
  • En ook laat hij in het midden waar hij die zegen graag ziet neerdalen, en ook wanneer.

Jabes geeft God het stuur in handen. Compleet. Zou hij bewust geweten hebben dat het Gods natuur is om te zegenen? Wij denken nog wel eens:

  • Zit een zegen er wel in? Wat breng ik nou mee van nature? (In de termen van Jabes: met zo een voornaam kan ik het wel schudden natuurlijk!)
  • Als je bekeert bent komt de zegen vanzelf wel. Die daalt neer als een milde regen. Hoef je niet om te vragen. Wacht maar rustig af.
  • Ik ben al zo rijk gezegend. Om nog meer durf ik niet te vragen.

Maar misschien vergissen we ons dan toch. Want als God op het verzoek van Mozes (Ex. 33: 18) ‘laat mij toch Uw glorie zien’ doet wat Mozes vraagt, beschrijft God zichzelf! Met de woorden (Ex. 34: 6) Ene, Ene, Godheid ontfermend en genadig!- lankmoedig en overvloedig in vriendschap en trouw!- Met zoveel woorden zegt God dat er bij Hem geen nee te koop is! En als Mozes’ vraag Hem niet in verlegenheid brengt – eerder het tegendeel! – zouden wij dan God makkelijk kunnen overvragen? Of vinden wij het wel veilig om niet zoveel te vragen?

 

  • Jabes vraagt om meer grondgebied. God had na de woestijnreis de Israëlieten land toebedeeld. Maar het bleef wel Zijn land, zoals de profeten beschrijven (Joel, Ezechiël). En Jabes wil wel een groter stukje. Waarom? Had hij het niet druk genoeg? Of kon hij niet simpelweg zelf nog een extra lapje grond ontginnen?
    Jabes vraagt niet zozeer om een klein beetje extra. Hij vraag God om een wonder te doen. Om hem ongelooflijk veel extra grondgebied te geven. Jabes gelooft dat God dat kan. Zegenen op een manier die wij niet kunnen bevatten. Jabes gelooft dat God werkt

    • met doodgewone en eenvoudige mensen
    • die geloven in een ALMACHTIGE God die door hen wonderen wil werken!

(Voor vervolg: zie preek 17 april 2016)

Keloev, broer van Sjoecha, heeft Mechier geboren doen worden; dat is de vader van Esjton.

1 Kron. 4: 11