Preek zondag 6 maart 2016


Wat ik het belangrijkste vind om over te brengen

 

We leven vandaag de dag in een wereld met duizenden meningen, visies en opvattingen. En daar zitten er heel wat tussen die nou niet van het zuiverste soort zijn. Hoe stel je je als christen daar tegenover op?

 

In de bijbel lezen we een prachtig voorbeeld, van Paulus. Paulus was van Thessalonica gevlucht naar het naburige Berea. Toen de joden uit Thessalonica hoorden dat Paulus daar was zetten ze ook daar de boel op stelten.

Paulus nam de wijk naar Athene. Daar wachtte hij op Silas en Timotheüs, die nog in Berea bleven.

 

In Athene liep Paulus wat rond. Hij ergerde zich aan de vele afgodsbeelden die hij er zag. En hij sprak met allerlei mensen (Epicuristen, die menen dat het geluk bestaat uit zoveel mogelijk pijn vermijden en genot te bevorderen en Stoïcijnen die het geluk zoeken in de aanvaarding van wat is).

Die wijsgeren wilden met Paulus wel een twistgesprek aan en noemden hem een ‘praatjesmaker’, want ze vonden dat hij er maar vreemde ideeën op na hield. Hij verkondigde namelijk Jezus en de opstanding. Net als Petrus, of Stefanus. En in de geest van Jesaja 42: niet schreeuwen of je stem verheffen. Maar getuigen.

 

Toch waren de mensen nieuwsgierig geworden. Ze nodigen Paulus uit om te komen spreken op de Areopagus. Een publieke vergaderplaats waarop ook de Raad of het gerechtshof vergaderde. Paulus werd naar de plaats gebracht om nader van zijn leer te vernemen.

 

En dan begint Paulus zijn rede. Beginnend bij de schepping en afsluitend met de dag de oordeels.

 

Hand. 17: 22 – 25: over God

  • God is de schepper van alles. Aansluitend bij Jesaja 40: 28.
  • God is de Heer van hemel en aarde. 1 Kron. 29: 10 – 11.
  • God woont niet in een door mensenhanden gemaakte tempel
  • God is de gever en onderhouder van alles. Zie Jacobus 1: 17.

 

Hand. 17: 26 – 29: over de mens

  • God schiep de mens
  • En die mens zondigde tegen zijn schepper en verbrak zo de relatie
  • Maar wie God werkelijk zoekt wordt weer met hem en de medemens verenigd . Psalm 139: 5 – 10.

 

Hand. 17: 30 – 31: oproep tot bekering

  • God is genade. Hij ziet voorbij aan de tijden van niet kennen’
  • God oordeelt, maar doet dat volkomen rechtvaardig. Openbaring 19: 1 – 2.
  • En doet dat door een man die Hij heeft doen opstaan uit de doden.

 

Hand. 17: 32: reacties van de toehoorders

  • Opstaan uit de dood was te belachelijk voor woorden.
  • Uitschuiven van een beslissing (‘kom later nog maar eens terug’)
  • Sommigen zijn overtuigd en geloven.

 

Na deze ervaring gaat Paulus weg uit Athene. Wellicht teleurgesteld omdat er in Athene toch weinig ruimte voor het evangelie bleek.

 

Opmerkelijk aan de rede is dat Paulus aansluit bij de (belevings)wereld van de Atheners. Hij geeft er blijk van dat hij goed ingevoerd is in de omstandigheden van zijn toehoorders. Opmerkelijk is ook dat Paulus niet een keer de naam van Jezus noemt. Wellicht om dezelfde reden.

 

Paulus discussieert ook niet. Hij verkondigt. En dat is ook wat wij moeten onthouden.

 

is dat mijn geloof mijn leven is,

en dat niemand dat van me kan afpakken.

Jan Simmering