Preek zondag 14 februari 2016


De kroon van ouderen zijn kindskinderen,-

Spr. 17: 6a

 

In onze gespreksgroep lag de vraag op tafel: ‘Hoe kom je het koninkrijk binnen?’ Eén van de voorwaarden daartoe lezen we in Matth. 18: 3: als ge niet omkeert en wordt als de jongetjes zult ge het koninkrijk der hemelen echt niet binnenkomen!

 

Beetje opmerkelijk toch wel. Op een aantal andere plekken in de bijbel gaat het er juist om dat we het kinderachtige moeten afleggen om geestelijk volwassen te worden. Lees dat bijvoorbeeld in 1 Kor. 3: 1 – 3; 1 Kor 14: 20; Hebr. 5: 12 – 14 en 1 Petrus 2: 1 – 3. Als de gelovigen in Korinthe ruzie maken wrijft Paulus ze onder de neus dat ze echt nog kinderen zijn. Ruzie en vechtpartijen horen bij het kinderstadium. Op een goed moment moet je daar bovenuit groeien en op volwassen manier de meningsverschillen oplossen. En dat geldt ook in een christelijke gemeente. Het gaat niet aan als we elkaar de geestelijke hersens inslaan en de geestelijke haren uit het hoofd trekken. Er zijn volwassener manieren om de verschillen van inzicht te bespreken en zo nodig te beslechten.

 

Maar in de aangehaalde tekst staat juist het tegenovergestelde. Als de discipelen vragen wie (van hen! en niet van de omstanders) in het koninkrijk der hemelen het belangrijkste is, krijgen ze te horen dat ze moeten worden als de jongetjes. En anders komen ze het koninkrijk niet in!

En wil je de belangrijkste worden in dat koninkrijk: hij dus die zich zo gering zal maken als dit jongetje, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen!

 

Wat hebben kinderen voor op ons volwassenen? Kinderen zijn spontaan en ongekunsteld. Ze zeggen en doen dingen zonder zich af te vragen wat de gevolgen daarvan kunnen zijn en vooral zonder zich te bedenken wat ànderen ervan zullen vinden of zeggen.

Wij volwassenen zijn ons in meer- of mindere mate bewust van wat ons doen en spreken kan uitwerken. We zijn ons bewust van mogelijk gezichtsverlies.

 

Kinderen hebben daarvan geen last. Kinderen staan nog niet op een voetstuk en kunnen er dus ook niet afvallen. Ze houden er geen rekening mee hoe ze over komen of welke indruk ze op mensen maken. Kinderen zijn meer zichzelf dan volwassenen. Kinderen dragen geen maskers. Wij volwassenen wel.

 

De minste willen zijn. Hèt voorbeeld geeft Jezus zelf. Als hij de voeten van zijn discipelen wast. Een werkje voor de huisknecht, maar die was even niet voor handen. De discipelen die zo nu en dan eens kibbelden over wie de meeste was hadden er natuurlijk niet veel zin in om een handdoek en een schaal water te pakken. En dan doet Jezus het zelf. Hij werd het kind, zonder kapsones.

 

Een echte discipel van Jezus staat niet op zijn strepen. Heeft geen angst voor zijn reputatie. Durft echt te zijn. En is bereid de minste te zijn.

 

Zolang er kinderen zijn –[1]

vuur
lichtvoetig dansend over de aarde,

klaterend water, vlagen hemel,
doorbrekend licht,

kinderen,
strelende wind, stralende lente,

gevleugelde woorden,
lucht in je longen, lied in je mond.

Zolang er kinderen zijn.

 

 

Uit de mond van kinderen en zuigelingen grondvestte gij kracht

Psalm 8: 3

[1] Hans Bouma