Preek zondag 7 februari 2016


Dus hebben wij gevast en bij onze God hierom verzocht,-

en hij liet zich door ons verbidden.

Ezra 8: 23

 

Vervolgde christenen, we bidden – en terecht! – vaak voor hen. Voor ons in het veilige Westen is hun moed ongelooflijk. Koreaanse christenen blijven geloven dat God door hun lijden heen zijn koninkrijk zal bouwen en uitbreiden. En dat met de woorden van koningin Esther uit het gelijknamige Bijbelboek: maar kom ik om dan kom ik om! We hebben de gruwelijke beelden nog op ons netvlies: een jaar geleden (15/2/2015) werd eenentwintig koptische christenen de keel doorgesneden op het strand van Libië.

 

De geschiedenis van koningin Esther is bijzonder:

 

Koning Ahasveros/Xerxes is gehuwd met Vasthi, en deze weigert tijdens een feest aan de verzamelde gasten haar schoonheid te tonen, waarop zij door de koning verstoten wordt. Mordechais nicht Hadassa wordt uit een groot aantal kandidates door de koning gekozen als zijn nieuwe vrouw. Zij krijgt de Perzische naam Esther.

Mordechai, de neef en voogd van Esther, werkt in de poort van de koning en ontdekt daar dat twee hovelingen een aanslag tegen de koning beramen. Hij meldt dat en de samenzweerders worden ter dood gebracht.

Ahasveros benoemt de Amalekiet Haman tot grootvizier. De verwaande Haman eist dat iedereen voor hem buigt en maakt zich kwaad omdat de Joodse Mordechai dat niet doet. Hij laat een wet uitvaardigen waarin staat dat het hele Joodse volk uitgeroeid moet worden, en wel op een door het lot bepaalde datum. Haman realiseert zich daarbij niet dat Esther ook tot dit volk behoort.

Op aandringen van Mordechai probeert Esther in te grijpen. Ze neemt het risico dat ze ter dood veroordeeld wordt omdat ze ongevraagd bij de koning komt.

 

Maar Esther stapt niet zonder voorbereiding op de koning af. Ze geeft haar oom Mordechai een opdracht (Esther 4): ga heen, zet alle Judeeërs die zich in Sjoesjan bevinden bij elkaar en vasten jullie voor mij, eet niet en drinkt niet, drie dagen lang nacht en dag; ook ikzelf zal met mijn meisjes zo vasten,- en zo zal ik bij de koning binnenkomen, tegen het voorschrift in; maar kom ik om dan kom ik om!

 

Aldus geschiedt. Als Esther dan de stoute schoenen aantrekt en op de koning afstapt doet ze dat in vertrouwen op God. En dat wordt niet beschaamd: de koning is haar goed gezind (Esther 5): En het geschiedt: met dat de koning koningin Ester in de voorhof ziet staan, heeft zij al genade gewonnen in zijn ogen; de koning reikt naar Ester met de gouden scepter in zijn hand, en Ester nadert en raakt de top van de scepter aan. De koning zegt tot haar: wat is er met je, koningin Ester,- wat is je verzoek?-

 

Wij onderschatten de kracht van vasten en bidden. Wie vast met Christus voor ogen gaat intenser bidden. Zij/hij wordt zich er meer van bewust dat wij christenen midden in de geestelijke strijd staan. De waan van de dag verdwijnt naar de achtergrond. Je staat meer open voor wat God je wil zeggen. Voor de uitkomst die God je wil bieden.

Op grond van haar eigen vasten en van dat van haar volksgenoten zette Esther stappen die ze anders nooit gezet zou hebben. In het vasten kan de honger naar God en zijn koninkrijk worden gevoed. We laten ons toch niet verslaven door al het lekkers dat de wereld ons biedt? We raken toch niet bezeten van wat we bezitten?

Ezechiël waarschuwt daarvoor in schrille bewoordingen (Ezech. 16: 49): zie, dit was de ongerechtigheid van je zuster Sodom: trots omdat er brood zat was en tevredenheid over het kalme leven was het bij haar en haar dochters, de hand van een gebogene of arme pakte ze nooit vast;

 

Vasten: meer dan het overwegen waard!

 

De mannen van Nineve komen tot geloof in God;

ze roepen een vasten uit………….

Als God hun daden ziet ……..krijgt God berouw over het kwaad dat hij gesproken heeft hun aan te doen, en hij heeft het niet gedaan.

Jona 3: 5, 10