Preek zondag 17 januari 2016


Zegen, mijn ziel, de Ene, heel mijn binnenste zijn heilige naam!

 

In de bijbel wordt heel wat gezongen. David (1 Kron. 16 en 1 Kron. 25) organiseerde de muziek voor de eredienst in de tempel. Hij bracht de ark terug naar Jeruzalem. En regelde toen dat de voorgeschreven brandoffers weer gebracht werden. En ook stelde David muzikanten aan, en kennelijk niet de eersten de besten: bij hen zijn Heman, Jedoetoen en de overige uitgelezenen die met namen zijn aangewezen,- om ‘dank te brengen aan de Ene, want voor eeuwig is zijn vriendschap!’ Bij hen, Heman en Jedoetoen, zijn trompetten en cimbalen voor wie zich laat horen en instrumenten voor de zang van God,

Het aantal zangers plus instrumentalisten beliep 288, voorwaar een fors gezelschap:

Het aantal van hen, samen met hun broeders die hebben leren zingen voor de Ene, is: al wie volleerd is, tweehonderdachtentachtig.

 

Een wel heel opmerkelijk gebruik van een lofzang lezen we in 2 Kron. 20. Het staat in de geschiedschrijving van Koning Josafat. Hij was een koning die zich richtte naar Gods geboden. En God bevestigde het koningschap. De landen rondom zagen dat en bleven wijselijk op een afstand (2 Kron. 17: 10). Als echter Josafat een verbond aangaat met Israëls koning Achab wordt hem dat kwalijk genomen (2 Kron. 19). De omringende volken ruiken hun kans en beginnen een oorlog (2 Kron. 20). Het zijn volken die waren ontzien toen Israel vanuit Egypte naar het beloofde land ging. En nu willen ze Israel verdrijven. Josafat ziet in dat hij de strijd niet gaat winnen; hij wendt zich tot God (20: 12): God-over-ons, zult gij over hen niet rechtspreken?- want in ons is geen kracht meer voor het aanschijn van deze talrijke menigte die ons overkomt; wij weten niet wat we moeten doen, nee, op u zijn onze ogen gericht!

Josafat legt zijn lot compleet in de handen van God. En God laat weten dat ‘het heil van de Heer’ met Israel zal zijn.

Het leger is tot de tanden bewapend. En trekt op naar het slagveld. Toch zullen de tegenstanders raar gekeken hebben. Want wie lopen daar helemaal voorop? Zangers! (20:21) Na beraad met de manschap zet hij zangers voor de Ene in en lofprijzers voor de luister van het heiligdom; bij de uittocht voor het aanschijn van de aangegorden uit moeten zij zeggen: ‘Brengt dank aan de Ene, want voor eeuwig is zijn vriendschap!’

De belagers van Israel krijgen onderling ruzie en hakken elkaar in de pan! En opnieuw worden de volken rondom Israel met ontzag vervuld (2 Kron. 20: 29, 30).

 

Ook in het nieuwe testament speelt de lofzang een grote rol. We moeten (Ef. 5: 19) vervuld worden van Geest, elkaar toesprekend met psalmen, hymnen en geestelijke gezangen, zingend en psalmend voor de Heer met heel uw hart.

 

God heft ons mensen geschapen met het doel dat wij ‘tot lof van Zijn heerlijkheid’ zouden zijn. Als christenen bijeen zijn, zingen zij God lof toe, en ‘spreken’ zij onder andere zingend, ook elkaar moed in. Samen zingen schept geloofsverbondenheid. Je helpt elkaar om vol te houden op weg naar Gods toekomst en in het navolgen van Hem nu. Wij zijn onderweg als pelgrims. De gemeente is een groot international en interconfessioneel koor. Samen in de naam van Jezus heffen wij een loflied aan. En de Heilige Geest helpt ons om elkaars taalgebruik en kerkelijk jargon waarin we ons geloof verwoorden te begrijpen.

 

Zingen is echt van alle tijden. Als God aan Job vraagt waar hij was toen God de aarde maakte vermeldt Hij daarbij dat er toen gezongen werd: bij het eenparig gejuich van de morgensterren,- en het geschal van alle zonen van God? Diezelfde engelen zongen in Bethlehem het glorie aan God in den hoge, en op aarde vrede in mensen van welbehagen!

 

We zingen van Gods daden in het verleden hoe kwam Mozes door de Rode Zee en denken aan de verlossing die Hij ook ons schonk. We zingen over de toekomst Eens zal op de grote morgen en we weten: zo gaat het worden. God heeft het beloofd. En we zingen over nu. Over God die me helpt en met alle zorg omringt. Ik bouw op U, mijn schild en mijn Verlosser.

 

Wij zingen ook als belijdenis en protest Jezus is Heer en getuigen daarmee dat we de Jezus als Koning van Gods Koninkrijk volgen. En dat de regels en wetten van Zijn koninkrijk voor ons de norm zijn.

 

En soms geven we onszelf de opdracht om te zingen: Loof de Here, mijn ziel!

 

Zegen, mijn ziel, de Ene!