Preek zondag 13 december 2015


God, uw welbehagen doen is mijn verlangen

 

Het hart van Abraham zal zo ongeveer gebroken zijn toen God hem opdroeg (Gen. 22, 2):

Hij zegt: neem toch je zoon, je enige, die je liefhebt, Isaak, en ga, jíj, naar het land van de Moria,- uitzichtsberg; doe hem daar opgaan als opgangsgave op een van de bergen welke ik je zal zeggen!

God vraagt Abraham om een opgangsgave. Dat woord zegt niet zozeer iets over de manier waarop het offer moet worden gebracht, maar het ziet op het doel van het offer: het is iets dat in zijn geheel voor God is. God beschouwde Abraham als zijn vriend. En vroeg van zijn vriend werkelijk alles.

Wat betekent zo een opgangsgave nu eigenlijk? We bekijken een paar passages waar dat offer ter sprake komt.

We vetrekken vanuit Exodus 19. Daar zegt God dat het volk Israel kostbaarder zal wezen dan alle gemeenschappen; ze zullen een koningshuis van priesters worden als ze Gods verbons bewaren. Niet gehinderd door enige zelfkennis antwoordt het volk al wat de Ene heeft gesproken zullen we doen. God spreekt van grote afstand. Het is Israel strikt verboden de berg Sinaï te dicht te naderen. Dat zou hun dood betekenen.

In Exodus 29, 45-46 lezen we dat God onder de zonen Israëls zal wonen! Wat maakt nou dat God de eerder zo grote afstand overbrugt? Dat lezen we in 29, 41-42 waar God spreekt over de offers die elke dag moeten worden gebracht: Het tweede lam maak je klaar in de avonduren; ………. een altijddurende opgangsgave voor jullie generaties in de ingang van de tent van samenkomst voor het aanschijn van de Ene; daar waar ik met jullie samenkom om daar tot je te spreken.

God vraagt net als bij Abraham een offer dat geheel en al voor hemzelf is. En dat is de basis voor zijn woning bij het volk. En in Exodus 40, 34-38 gaat God daadwerkelijk wonen bij zijn volk. Hij neemt zijn intrek in de tent van samenkomst.

 

En wat is dan het eerste wat God vervolgens laat opschrijven in de bijbel? Leviticus 1, 1-2: Hij roept Mozes toe, en de Ene spreekt tot hem vanuit de tent van samenkomst, en zegt: spreek tot de zonen Israëls en zeg tot hen: Adam, –mens-zijn-: stel, doen naderen wil één van u een toenaderingsgave tot de Ene,-

God zegt zoiets als ‘misschien wil iemand geheel vrijwillig iets offeren wat voor mij alleen bestemd is.’ De opgangsgave is een van de drie vrijwillige offers, terwijl er ook nog twee verplichte offers waren. Bij het brengen van een ‘opgangsgave’ legde je een dier in jouw plaats op het altaar en het werd geofferd als een verzoeningsoffer (zie Leviticus 1:4). Tezamen weerspiegelen de vijf offers Gods grootheid.

 

In het nieuwe testament is de Here Jezus de volmaakte ‘opgangsgave’. De evangelist Johannes schrijft daar ontroerend over (13, 31): nú wordt de mensenzoon verheerlijkt en wordt God verheerlijkt in hem!-

En (10, 17): daarom heeft de Vader mij lief: omdat ík mijn lijf-en-ziel inzet, om die weer aan te nemen;

In Genesis 22 verklaarde Abraham profetisch: God ziet het voor zich, het lam voor een opgang, mijn zoon. Duizenden jaren later roept Johannes de Doper als hij Jezus voor het eerst ziet (Joh. 1, 29): Zie, het lam van God, dat wegdraagt de zonde der wereld!

In het Nieuwe Testament wordt het offer van de Messias Jezus aan het kruis vergeleken met de allerheiligste offers die in Leviticus beschreven zijn. In Hebreeën 10:8-10 lezen we:

Hogerop zegt hij: ‘offerdieren en offeranden en brandoffers en zondoffers hebt gij niet gewild en hadden niet uw behagen,’ die toch naar de Wét worden geofferd;daarna heeft hij gezegd: ‘zie, ik kom om uw wil te doen!’. Hij heft het eerste op om het tweede te stellen; in die wil zijn wij geheiligd eens-en-voorgoed door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

Jezus’ offer was vrijwillig en geheel voor God. En in dat offer zijn wij begenadigd in de Geliefde. Want van Christus wordt gezegd zoals ook de Gezalfde u heeft liefgehad en zichzelf voor u heeft prijsgegeven als opgangsgave en offerande, voor God tot welriekende reuk.

Nog steeds verlangt God de Vader ernaar om zijn hart te delen met hen die de moeite willen nemen om Hem werkelijk te leren kennen. Dat doet soms pijn. Als bij Abraham. Maar durven wij het aan?

 

In mijn ingewanden heb ik uw Wet.